Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar veelmeer der systematische Abschluss einer alten, schon seit Augustin laufenden und für das ganze Mittelalter vor wie nack Aiiselm überaus einflussreichen dogmengeschichtlichen Entwicklungsreike1). En ook is zij niet een product van het huwelijk tusschen het oorspronkelijk Evangelie en de Grieksche philosophie. Want de exegese, welke de Socinianen en de Rationalisten toepasten, om haar uit de Schrift te verwijderen, neemt niemand thans meer voor zijne rekening. En de uitlegging van Ritschl moge om hare scherpzinnigheid een tijd lang hebben geboeid, hare onhoudbaarheid wordt thans door schier niemand meer betwijfeld 2). Onpartijdig onderzoek leidt altijd opnieuw tot de erkentenis, dat de leer der voldoening in de H. Schrift is gegrond. Zoo is volgens Holtzmann in Rom. 3:26 wirklich die Rede von einer, im Interesse der göttlichen Gerechtigkeit geschehenen, Erduldung der Straffolgen menschicher Sünde von Seiten des Sohnes Gottes 3). Zelfs heeft Paulus niet het eerst deze gedachte eener plaatsvervangende voldoening op den dood van Christus toegepast, maar de oudste gemeente ging hem daarin reeds voor 4); Jezus duidde zelf zijn dood als een losgeld en bondsoffer aan 5) en de idee eener plaatsvervangende verzoening lag bij de zondoffers en bij de offerande op den grooten verzoendag zoo voor de hand, dass sie sich für das Volksbewusstsein fast unvermeidlich einstellen musste 6).

Trouwens, de H. Schrift beschouwt heel het werk van Christus als eene vervulling van Q-ods wet en eene voldoening aan zijn eisch. Als profeet, priester en koning, in zijne geboorte en in zijn dood, in zijne woorden en in zijne werken, altijd volbracht Hij Gods wil; Hij kwam in de wereld, om dien wil te doen; de wet Gods was in het binnenste zijns ingewands; zijn gansche leven was eene volkomene gehoorzaamheid, eene volmaakte offerande, Gode tot

*) Loofs, I). G.4 bl. 509 v. Harnack, D. G. II - 178 v.

2) Verg. tegen Ritschl: Kreibig, Die Versöhnungslehre auf Gruiul des chr. Bew. 1878. Bomer, Chr. Gl. II 592 v. Pfleiderer, Die Ritschl'sche Theol., Jahrb. f. prot. Theol. 1889. Id., Entw. der prot. Theol. bl. 228 v. Joh. Wendland, Albrecht Ritschl und seine Schüler 1899 bl. 116 v. James Orr, The Ritschlian Theology. London 1897.

3) Holtzmann, Neut. Theol. II 100. Verg. ook Wegscheider, Inst. theol. § 136. Pfleiderer, Der Paulinismus 2 bl. 136 v. Ed. von Hartmann, Das Christ. des N_ Test. 1905 bl. 218 v.

4) Holtzmann, t. a. p. II 97.

5) Holtzmann, t. a. p. I 292 v.

6) Schmiedel bij Holtzmann t. a. p. I 67.

Sluiten