Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervult, Gods gerechtigheid ten volle herstelt en God zelf in al zijne deugden van waarheid en gerechtigheid, van liefde en genade weer in het menschelijk geslacht tot erkenning brengt. Immers werd die straf ook gelegd op Hem, die niet een individu naast anderen, maar de tweede Adam was, hoofd van het menschelijk geslacht, de Zoon des menschen en de Zone Gods tevens.

391. Zoo verstaan, is de leer der satisfactio vicaria alleen nog te verdedigen tegen de bedenking, dat op zedelijk gebied zulk eene plaatsvervanging niet mogelijk is. Ten eerste is echter daartegen op te merken, dat de idee der plaatsvervanging ook op zedelijk gebied diep in de menschelijke natuur is gegrond, onder alle volken in priesterschap en offerande zich belichaamd heeft, en ook op allerlei wijze in po√ęzie en mythologie is uitgesproken. Origenes vergeleek Christus in zijn dood reeds met hen, die volgens classieke overleveringen voor hun vaderland gestorven zijn, om het van pest of andere rampen te bevrijden, want het schijnt volgens verborgen wetten in de natuur der dingen te liggen, dat de vrijwillige dood van een rechtvaardig mensch ten algemeenen nutte de macht der booze geesten breekt 1). De Christelijke theologie haalde dan ook menigmaal de voorbeelden van Codrus, Curtius, Kratinus, Zaleucus, Damon en Phintias en de gijzelaars aan, om daarmede het plaatsvervangend lijden van Christus op te helderen. Natuurlijk hebben deze voorbeelden geene andere waarde, dan om te doen zien, dat de idee der plaatsvervanging in de gedachtenwereld van Grieken en Romeinen eene groote plaats innam 2).

x) Origenes, c. Oels. I 31.

2) De plaatsvervanging in het liomeinsche recht is meermalen behandeld, en dan meest zoo opgevat, alsof zij directe, onmiddellijke plaatsvervanging uitsloot. Het schijnt, dat deze stelling in zulk een absoluten zin niet meer te handhaven is. In elk geval is de idee der plaatsvervanging in den laatsten tijd uit de m Egypte gevonden Grieksche papyri nog beter bekend geworden. Uit deze papyri blijkt, dat de plaatsvervanging, zoowel de directe als de indirecte, in het Egyptische recht eene groote rol vervulde; ze kwam in het publieke en private recht, bij processen en het innen of betalen van belastingen menigvuldig voor. De plaatsvervanger heette xVQlog, qoovnGzr^ imtQonog (procurator); hij handelde voor, vtcsq of dvu (pro) dengene, die hem aanstelde {GimGravai, mstituere, mandare), hem eene volmacht gaf {avaraaig, mandatum; de oorkonde daarvan heette ^SvGtcctixov) ; en degene, die deze opdracht of volmacht gege\en heeft, werd dan vertegenwoordigd en handelde door, <hu (per), zijn gevolmachtigde (avviGzuutroc of Gvora&Eig). L. Wenger, Die Stellvertretung im Rechte der

Sluiten