Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuur en menschheid leeren, dat er „steilvertretende Krafte" zijn *).

Al deze voorbeelden en redeneeringen zijn zonder twijfel geschikt, om het plaatsvervangend lijden van Christus eenigermate toe te lichten. Tegenover het individualisme en atomisme, dat de menschheid uiteenrukt en van de mystiek der liefde niet weet, zijn ze van uitnemende waarde. Maar toch zijn ze niet in staat, om het lijden van Christus te verklaren. Velen blijven wel bij deze voorbeelden staan en trachten het lijden van Christus te begrijpen als een natuurlijk gevolg van zijn ingaan in onze zondige gemeenschap z). Maar zoo komt de offerande van Christus niet tot haar recht. Menschelijke sympathie is ongetwijfeld voor Christus, en bovenal voor Hem als den heiligen en barmhartigen Hoogepriester, oorzaak van diep, smartelijk lijden geweest, Mt. 8 : 17, 9 : 86, 14 :14 enz.r maar zij is niet de eenige en de voornaamste oorzaak, evenmin als honger en dorst, vervolging van zijne vijanden, verzoeking van Satan, verlating door zijne discipelen. Dan toch ware het lijden voor Christus slechts lijden en geen straf, en Hij zelf niet meer dan een getuige, een martelaar, een lijder geweest, alleen gradueel verschillend van anderen. Maar Christus heeft zelf zijn lijden beschouwd als eene straf, door God om onze zonden op Hem gelegd, Mt. 20 : 28, 26 : 28, 27 : 46, en de Schrift getuigt, dat Hij voor ons tot zonde is gemaakt en een vloek is geworden, 2 Cor. 5 :21, Gal. 3:13. Een stap verder gaan zij, die het lijden van Christus op realistische wijze verklaren uit de plaats, die Hij in het menschelijk geslacht inneemt. Hij is n.1. niet een individu naast anderen, maar Centralindividuum; Hij heeft niet een menschelijk persoon, maar de menschelijke natuur aangenomen; die natuur droeg de zonde en lag onder den vloek; en alzoo nam Christus met die natuur ook haar schuld en straf op zich. Gelijk Adam daarom onze vertegenwoordiger kon zijn, wijl hij de stamvader was van heel het menschelijk geslacht, zoo is Christus plaatsvervanger van de gemeente, die als zijn lichaam uit Hem als het hoofd wordt geboren

ï) Verg. boven bl. 391, 421, en voorts nog Maresius, Syst. Theol. X 24. Turretinus, de satisf. bl. 51. Petrus de Witte, Wederl. der Socin. dwalingen II 221 v. Bushnell, Vicarious sacrifice 1866. J.-Cooper, Vicarious suffering the order of nature, Princeton Theol. Rev. Okt. 1903 bl. 554—578. Dorner, Chr. Gl. II 622. jRiggenbach, Jesus trug die Sünde der Welt, Neue kirchl. Zeits. 1907 bl. 295 307. de Maistre, Soirées de St. Petersbourg, Eclairc. sur les sacrifices.

2) Bijv. Schleiermacher, Chr. Gl § 104, 4. Weisse, Philos. Dogm. § 876. Lange, Dogm. II 840 v. H. Schultz, Der Begriff des stellvertr. Leidens. Basel 1854 enz.

Sluiten