Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende kerken van de nederdaling ter helle gegeven zijn. Er bestaan n.1. van deze pericoop in hoofdzaak drie verklaringen; de eerste is van Augustinns afkomstig en werd vooral door de Gereformeerden overgenomen en bestaat daarin, dat Christus vóór zijne menschwording in den Geest door Noach aan diens tijdgenooten het Evangelie verkondigde en hen tot bekeering vermaande; de tweede uitlegging verstaat de plaats zoo, dat Christus tusschen zijn dood en zijn opstaan uit het graf naar het doodenrijk ging en aan degenen, die in Noachs dagen ongehoorzaam waren en stierven, het Evangelie verkondigde (zoo thans nog Huther, Weiss, Lechler Pfleiderer, Stevens enz); en de derde uitlegging denkt bij de geesten in de gevangenis aan de gevallen engelen, aan wie door Christus, hetzij in de dagen van Noach (Spitta), hetzij tusschen zijn dood en opstanding in (Baur, Gunkel, Lauterberg, Loofs enz.) het oordeel werd aangekondigd. Aan welke verklaring men nu ook de voorkeur geve, twee dingen staan vast. Ten eerste, dat Petrus in geen geval spreekt van hetgeen Christus deed tusschen zijn dood en zljne opstanding (of levendmaking) in, maar öf van hetgeen Hij deed vóór zijne menschwording öf na zijn lichaam wederom levend te hebben gemaakt. De woorden ^(oojtoit^ó-sk Je' rcvsvfiari duiden toch ongetwijfeld aan, dat Christus, die, wijl een sarkisch lichaam deelachtig, gedood is, toch, omdat het 7tvsv/.ia Hem eigen was, weer opgewekt is, zoodat zijn leven na de opstanding geen sarkisch, maar een pneumatisch leven was. En ten andere is het evenzoo boven allen twijfel verheven, dat van eene nederdaling van Christus ter helle, om de geloovigen des ouden Testaments uit den hades in den hemel over te brengen, of om in het algemeen aan alle in ongehoorzaamheid of in onkunde gestorvenen (behalve dan misschien de tijdgenooten van Noach) in deze pericope met geen enkel woord sprake is. De Gxieksche, Roomsche en latere Luthersche opvatting, daargelaten of ze op zichzelve waar is, vindt dus in den tekst van Petrus geen steun.

De gedachte, dat Christus tusschen zijn dood en zijne opstanding in den hades was nedergedaald, kwam echter reeds vroeg in de Christelijke kerk op. Het valt te betwijfelen, of de Heidensche voorstellingen aangaande de hadesvaart der goden en helden deze gedachte in Christelijke kringen hebben doen opkomen. Want wel kwam het geloof aan eene hadesvaart in de toenmalige godsdiensten menigvuldig voor; men schreef er eene toe aan (xilgamos, Orpheus, Dionysus, Aeneas enz., en zag daarin een bewijs van hunne macht,

Sluiten