Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

o-emaakt heeft l). Ook de Gereformeerden waren niet eenstemmig in de opvatting van dit artikel; zelfs wanneer wij de Repetitio Anhaltina, het Colloquium Lipsiense en enkele theologen, zooals Zanchius en Aretius uitzonderen, die nog aan eene plaatselijke hellevaart vasthielden2), loopen confessies en theologische meeningen bii de Gereformeerden nog verre uiteen. Sommigen dachten daarbij aan den ganschen staat der vernedering (Sohnius, Parker, Martmius, Chamier); anderen zagen er niet veel meer in dan eene nadere omschrijving van de begrafenis als laatsten en laagsten trap der vernedering (Bucer, Beza, Whitaker, Drusius, Wittichius, Braun); Calvijn verklaarde het artikel van de helsche smarten, welke Christus leed aan het kruis en werd daarin ook door velen (Lrsmus, Polanus, Trelcatius, Bucanus, Cloppenburg, Wendelinus enz.), vooral door den Heidelberger Catechismus gevolgd; Zwmgli verstond er onder dat Christus gedurende zijn dood tot de infen behoorde en de kracht van zijne verlossing ook ad inferos deed doordringen; en vond met dit gevoelen bij velen instemming, o. a. bij Olevianus, Bullinger, Martyr, Perkins, Amesius, Molinaeus, Broughton, \ ossius, Bochartus, Pearson, Schultens, Yriemoet enz. en vooral ook m de belijdenis en den catechismus van Westminster; eindelijk was er een groot getal van theologen, die de verschillende uitleggingen trachtten te vereenigen en bij de nederdaling ter hel zoowel dachten aan de helsche smarten, welke Christus aan het kruis geleden had, als aan den staat des doods, waarin Hg van het sterven af tot het oogenb i zijner opstanding toe verkeerd had (Synopsis pur. theol., Burmannus Turretinus, Witsius, Heidegger, Mastricht, Gerdes, Pictet enz. ).

De groote verscheidenheid van gevoelens verklaart, dat velen aa.i het artikel geen goeden zin wisten te hechten eu het geheel verwierpen *), of ook dit artikel aangrepen, om aan hunne leer van eene voortdurende Evangelieprediking en van eene blijvende Missionsanstalt in den tusschentoestand een historisch en kerkelijk karakter

1) Symbol. Bücher ed. Muller bl. 550. 596. Frank, Theol. der Concordienformel.

III 397—454. Schmid, Dogm. der ev. luth. K. bl. 2<<. 288 \.

2) Repet. Anh. 9. Coll. Lips. 9. Art. Anglic. van 1552 (bij Karl Muller D

Bekenntnisschriften der ev. ref. K. bl. 506), in de editie van 1563

3) Zwingli, Expos. fidei Christ. Calvijn, Inst. I 16, 8-12. Catech. t . . Catech. Heid. 44. Conf. West. VIII 4. Catech. Westm. 50. Zie verder over de en nog andere verklaringen van den descensua ad inferos: De Moor, Comrn.

331 v. M. Vitringa, Doctr. V 558 v.

<) Schleiermacher, Chr. Gl. § 99, 1. Schweizer, Chr. Gl. § 134.

Sluiten