Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en beleden, dat Christus ook in zijne ziel, ofschoon daarin voor het schrikkelijkste in de straf, voor zelfbeschuldiging, wroeging en wanhoop geen plaats was 1), den toorn G-ods gedragen en den geestelijken dood zijner verlating gesmaakt heeft. Maar dit alles neemt in het minst niet weg dit andere feit, dat de staat des doods, in welken Christus met zijn sterven is ingegaan, een even wezenlijk bestanddeel van zijne vernedering heeft uitgemaakt als zijn zielelijden aan het kruis. In beide saam heeft zich zijne volmaakte gehoorzaamheid voltooid. Hij dronk den drinkbeker tot den laatsten droppel uit en smaakte den dood in zijne gansche bitterheid, opdat Hij van de vreeze des doods en van den dood zeiven ons volkomen verlossen zou. Zoo heeft Hij te niet gedaan dengene, die het geweld des doods had, en heeft Hij door ééne offerande in eeuwigheid volmaakt alle degenen, die geheiligd worden.

§ 47. Het werk van Christus in zijne verhooging.

Algemeene litteratuur werd reeds genoemd in de beide vorige paragrafen; speciale volgt nog bij de verschillende onderwerpen, die in deze paragraaf ter sprake komen.

395. De dood van Christus was het einde van zijne vernedering, en tegelijk de weg tot zijne verhooging. In alle godsdiensten en wijsgeerige stelsels komt min of meer bewust de gedachte voor, dat het sterven de weg is ten leven. Men zag dat in de natuur, welke op iederen nacht een dag, op eiken winterslaap eene ontwaking in

') Calvijn zegt daarom uitdrukkelijk: neque tarnen innuimus, Deum fuisse unquam illi vel adversarium vel iratum. Quomodo enim dilecto Filio, in quo anima ejus acquievit, irasceretur? aut quomodo Christus Patrem aliis sua intercessione placaret, quem insensum haberet ipse sibi? Sed hoe nos dicimus, divinae eeveritatis gravitatem eum sustinuisse: quoniam manu Dei percussus et afflictus, omma irati et punientis Dei signa .expertus est. Inst. II16,11. De gehoorzaamheid van Christus in zijn lijden was vrijwillig en volmaakt; in cunctis ejus affectibus viguit moderatio, quae excessum cohiberet; en de verzoeking werd door Hem zoo gedragen, dat zij nooit met zijn geloof en vertrouwen in strijd kwam, ib. 12, cf. boven reeds bl. 432 en verg. verder nog over de nederdaling ter hel: Lechler Das apost. und nachapost. Zeitalter •' 1885 bl. 429 v. Spitta, Christi Predigt an die Geister. Gött. 1890. Clemen, Niedergefahren zu den Todten. Giessen 1900. Lauterberg, art. Höllenfahrt Christi in PRE 3 VIII 199-206. Stevens, Theol. of the N. Test. bl. 304 - 308. Burn, art. in Hastings, Dict. of Christ. I 713—716. -ff -ff Kuyper, artikelen in de Heraut sedert Oct. 1909 tot 24 April 1910,

Sluiten