Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lente laat volgen; de geschiedenis der stammen en volken gaf er bewijs van, als ze hen menigmaal door strijd tot overwinning, door onderdrukking tot vrijheid voert; en iedere menschelijke ziel gaf er getuigenis aan, die door verloochening en onthouding hare zelfstandigheid herwon. Vooral was in de tijden, waarin het Christendom optrad, deze gedachte wijd en zijd verbreid. De oorspronkelijke natuurgodsdiensten in Griekenland en Rome ondergingen onder invloed van Oostersche culten eene groote verandering; inzonderheid in de mysteriën werd het natuurlijke, vegetatieve levenspioces geestelijk en zedelijk geïnterpreteerd; op dramatische wijze werd het voorgesteld als een symbool van de wisseling van dood en leven, van Diesseits en Jenseits, van ondergang in en bevrijding uit den hades, van bezoedeling en reiniging der zielJ). De onbetrouwbaarheid van waarneming en denken, de onzekerheid om tot waarheid te komen, de veelszins ellendige sociale toestanden, de onophoudelijke oorlogen, de druk van vreemde overheersching werkten deze mystiek in de hand, en deden een algemeen verlangen naar verlossing, naar waarheid en leven, ontstaan. En dieper dan ooit werd het gevoeld dat het leven alleen uit den dood kan voortkomen, en de verhooging alleen op de vernedering volgen kan. Daar was eene algemeene overtuiging van de waarheid van het later zoo genoemde stirb und werde, van het die to live. Maar al werd de oude natuurmythe ook op symbolisch-dramatische wijze in een levensproces van mensch en geschiedenis omgezet, ze bleef eene gedachte, aan welke geene werkelijkheid beantwoordde; ze maakte zich niet los van de mythologie, maar bleef met allerlei superstitie en magie verbonden en sloeg menigmaal tot allerlei excessen van ascetisme en libertinisme over.

Wij komen in eene geheel andere wereld, als wij in de oudheid ons naar Israël wenden. Ook hier treffen wij de gedachte aan, dat de dood de weg is ten leven. Reeds op de eerste bladzijden van het Oude Testament wordt gewag gemaakt van een strijd, waarin het slangenzaad aan het vrouwenzaad de verzenen vermorzelen zal, maar dan ook omgekeerd het vrouwenzaad aan het slangenzaad den kop vermorzelen zal, Gen. 3: 15. En dit woord staat als het ware geschreven boven de geschiedenis van heel het menschelijk geslacht, want deze is geene rechtlijnige ontwikkeling, maar eene voortdurende worsteling tusschen de zonde en de gerechtigheid, de duisternis en het licht, den dood en het leven, tusschen

!) W. Staerk, Neut est. Zeitgeschichte I 99 v.

Sluiten