Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aetgeen van boven en hetgeen van beneden is. Inzonderheid is echter dit woord bevestigd in de historie van Israël, van de tijden der aartsvaders af tot op den dag van Christus toe. De patriarchen moeten alles verlaten en gaan wonen in een vreemd land, maar worden zoo de belofte des Heeren deelachtig en in hun zaad tot een zegen van alle volken gesteld. Mozes geeft de schatten van Egypte prijs en wordt daarna door God geroepen tot redder van het volk Israël en tot middelaar des Ouden Yerbonds. Israël zelf als volk mag zich niet vermengen met de volken noch wandelen in hunne wegen; het moet een heilig volk zijn, dat Gods woord heeft te bewaren en in dien weg allerlei geestelijke en natuurlijke zegeningen deelachtig worden zal. De vromen onder Israël zijn dikwerf maar eene kleine schare, die arm en ellendig in zichzelven zijn en van allen kant verdrukt en gesmaad worden, maar zij vertrouwen op den Heere, en verwachten van Hem hun recht en hun heil. In sommige personen, zooals Job, David, Jeremia, wordt ons dat lijden van den onschuldige levendig en aanschouwelijk voor oogen gesteld. Van al die godvruchtigen geldt, dat zij, verlaten, verdrukt, kwalijk behandeld zijnde, toch door het geloof koninkrijken hebben overwonnen, gerechtigheid geoefend, de beloftenissen verkregen. Bij Israël treffen wij een strijd aan, niet alleen tusschen het volk en de Heidenen rondom, maar ook in het volk zelf tusschen de getrouwen en de afvalligen, en onder de getrouwen zeiven weer tusschen de gerechtigheid Gods, waaraan zij zich door het geloof vastklemmen, en de zonden, waaraan zij allen persoonlijk schuldig staan. Dit is het historisch milieu, waarin de profetie de gestalte teekent van den knecht des Heeren, die, zelf van alle zonde vrij, de zonden van zijn volk draagt, ze door zij11 lijden en sterven verzoent, maar daarna ook de dagen verlengen, velen rechtvaardig maken en het welbehagen des Heeren door zijne hand gelukkiglijk zal doen voortgaan, Jes. 53 : lOv. In Hem wordt vervuld, wat in de ervaring der geloovigen werd voorgebeeld en afgeschaduwd, dat zij, uit den diepsten nood gered, zijn naam en gerechtigheid verkondigen aan eene groote gemeente, Ps. 22:23v., 40 : lOv.

Deze profetie van den lijdenden knecht des Heeren paste Christus van den aanvang af op zichzelven toe. Zijn optreden in de synagoge in Nazareth bewijst dit, Luk. 4 :16v., maar ook heel de inhoud van zijn onderwijs. Want Hij verkondigde de komst van het koninkrijk der hemfelen, en zeide, dat alleen geloof, bekeering, wedergeboorte,

Sluiten