Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 :19, 4 :16. De brief aan de Hebreen voegt hieraan nog deze eigenaardige gedachte toe, dat Christus, die de Zoon en met den Vader de Schepper aller dingen was, ook door den Vader tot erfgenaam aller dingen en tot eeuwig hoogepriester was bestemd, Hebr. 1:2, 2:8 5 : 6, 7 :17. Maar om deze bestemming te bereiken, moest Hij voor' een korten tijd minder worden dan de engelen, 2:7, 9, ons vleesch en bloed aannemen, 2 :14, in alles ons gelijk worden uitgenomen de zonde, 2:17, 4:15, en gehoorzaamheid leeren uit hetgene Hij leed, 5:8. Maar daardoor heeft Hij ook zichzelven geheiligd i), dat is, voleindigd, 2 :10, 5: 9, 7 : 28, en is Hij van God genaamd een hoogepriester naar de ordening van Melchizedek, 5:1. Dit is dan ook de hoofdsom der dingen, waarvan de brief aan de Hebreen spreekt, dat wij een zoodanigen hoogepriester hebben, die gezeten is aan de rechterhand van den troon der majesteit in de hemelen, 1:13 8:1, 10:12, die een liturg is van het hemelsche heiligdom, 8:2, een hoogepriester dus, die tevens koning is, wiens troon in eeuwigheid is, 1:8, die met eere en heerlijkheid is gekroond, 2 :9, die zich alle dingen onderwerpt, 2:8, en die volkomen kan zaligmaken al degenen, die door Hem tot God gaan, alzoo Hij altijd leeft, om voor hen te bidden, 5:9, 7:25, 10:14. De Apocalypse eindelijk stelt Christus gaarne voor als het Lam, dat ons gekocht en gereinigd heeft door zijn bloed, 5: 9, 7 :14, maar voorts ook als den eerstgeborene uit de dooden, den Overste van de koningen der aarde, 1:5, den Koning der koningen en den Heer der heeren, die met den Vader zit in zijnen troon, macht en eer en heerlijkheid, ja de sleutels heeft van hades en dood, 1:18, 8:21, 5:12, 13, 19:16. Met zulke macht bekleed, regeert en bewaart Hij zijne gemeente 2:1, 18 enz, en triumfeert Hij eens over al zijne vijanden, 19 :12v.

396. Als Holtzmann van den tekst Phil. 2 : 6—11 erkent, dat hij-ontwijfelbaar den grondslag vormt van de leer over den status duplex, en dat deze leer eene belangrijke plaats inneemt m het theologisch bewustzijn van den apostel Paulus 2), dan mag dit

i) Verg. Kogel, Der Begriff rsXsiovv im Hebraerbrief, opgenomen in Theol. Studiën, Martin Kahler zum 6 Jan. 1905 dargebracht. Leipzig Deichert 1905 bl. 35-68, Bornhauser, Die Versuchungen Jeeu nach dem Hebraerbriefe, ib. bl. 69-86, en van Kogel ook nog, Der Sohn und die Söhne, Eine exeg. Stu ie zu Hebr. 2 : 5—18. Gütersloh 1904.

®) Holtzmann, Neut. Theol. II 87.

Sluiten