Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord gerust tot heel de leer der schrift over Christus worden uitgebreid. In het Oude Testament treffen wij daarvan reeds sporen aan in de gestalte van den knecht des Heeren, en in het Nieuw» Testament is de vernederde en verhoogde, de gekruiste en opgewekte Christus de kern van het Evangelie. De opstanding deed voor de discipelen het licht over Jezus1 lijden en sterven opgaan: van het standpunt des geloofs aan zyne verhooging zagen zij op zijn aardsche leven terug. De bewering van Drews *), dat de Jezus, van wien Paulus spreekt, geene historische persoonlijkheid voor hem is, staat met de vele getuigenissen over Jezus' davidische afkomst, zyne geboorte uit de vaderen, zijne volmaakte gehoorzaamheid, zijn instelling van het avondmaal, zijn lijden en sterven aan het kruis, Hom. 1:3, 9:5, Phil. 2 :8, 1 Cor. 11:23 enz., in lijnrechte tegenspraak. Maar voorwerp des geloofs was voor Paulus en voor al de apostelen de verhoogde en verheerlijkte Christus, welke echter dezelfde is, als die is nedergedaald. En dit geldt alles in denzelfden zin van de gemeente der geloovigen; de heilsfeiten werden al zeer spoedig in de tot hooge oudheid opklimmende apostolische geloofsbelijdenis kortülijk samengevat. Van eene formeele indeeling in twee staten is daar nog geene sprake, maar de Christen beleed zijn geloof in Christus Jezus, den eengeboren Zoon van God, die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de maagd Maria, gekruisigd, gestorven en begraven is, ten derden dage weer is opgestaan uit de dooden, opgevaren ten hemel, gezeten aan de rechterhand Gods, vanwaar Hij wederkomt om te oordeelen levenden en dooden. Het apostolicum gaf de orde aan, waarnaar de heilsfeiten alle eeuwen door in geloofsbelijdenissen, catechismussen, predicaties en dogmatische werken behandeld en verklaard werden 2).

Maar de dogmatische twisten over den persoon van Christus brachten ook verschil van inzicht over de beteekenis dier heilsfeiten en bepaaldelijk ook over den staat van Jezus' vernedering en verhooging mede. Het Gnosticisme maakte eene scherpe scheiding tusschen den historischen Jezus en den hemelschen Christus, zag in dezen laatste een ideaalmensch, die eeuwig had bestaan, zich slechts voor een korten tijd in een schijnlichaam geopenbaard of met den uit Maria geboren mensch Jezus zich vereenigd en zelf niet geleden had, en hield daarom noch voor eene vernedering

O-

A. Drews, Die Christusmythe bl. 89.

2) Blume, Das apostol. Glaubensbekenntniss. Freiburg 1893 bl. 27 v

Sluiten