Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zoo is Christus nu degene, in wien nav to nlr^wfia t»;c ^sorrjrog cco/ianxws woont, Col. 2:9, cf. 1:19. Hij is het zichtbare «W rov doqarov Veov, Col. 1:19. Goddelijke heerlijkheid wordt m zijne menschelijke natuur openbaar en straalt van zijn aangezicht af, 2 Cor. 3:18, 4:4, 6.

400. Wanneer de descensus ad inferos overeenkomstig de Gereformeerde belijdenis tot de vernedering behoort, zijn er in de verhooging vier zoogenaamde trappen te onderscheiden, de opstanding, de hemelvaart, de zitting ter rechterhand Gods en de wederkomst ten oordeel. De opstanding bestond daarin, dat Christus door zijne Goddelijke kracht het gestorven lichaam weer herleven deed, met zijne ziel vereenigde en zoo het graf verliet. Gewoonlijk wordt daarvoor het woord avacraoig gebruikt, niet alleen bij Jezus, maar ook bij de menschen in het algemeen, Mt. 22 :13 enz. Reeds hieruit blijkt de onjuistheid van het vermoeden, dat dit woord oorspronkelijk beteekende die Einsetzung Christi zum Hernn des eben errichteten Reiches Gottes *); want het was eene vaststaande uitdrukking voor de opstanding der dooden, ook al werd deze laatste bijvoeging dikwerf weggelaten. Maar menigmaal staat er ook de nadere bepaling van rwv vsxqwv of sx rcov vsxqcov bij. Wanneer dit laatste aan de opstanding van Jezus toegevoegd wordt, bewijst dat, dat Jezus in zijn dood tot de dooden behoord heeft, en bij zijne opstanding uit hun gebied in het land der levenden is teruggekeerd.

Er ligt echter in het woord volstrekt niet opgesloten, dat zij, die opstaan, dit doen door hunne eigene kracht, maar wel, dat zij, door God opgewekt wordende, nu zeiven ook opstaan. Bij Jezus krijgt dit woord echter een anderen en dieperen zin. Want met alleen voorspelde Hij meermalen zijne eigene opstanding, Mt. 20 :19, of opwekking door den Vader, Mt. 16:21; maar Hij zeideookvan zichzelven, dat Hij den tempel zijns lichaams in drie dagen weder oprichten kon, Joh. 2: 19—21, dat Hij macht had, het leven af te leggen en wederom te nemen, Joh. 10:18, dat Hij zelf de opstanding en het leven was, Joh. 11:25. Ofschoon anderen in tijdvoor Hem opgewekt zijn, Hij is toch -coonog eg dvaorctoswg vsxqwv, Hd.

i) Aldus W. B. Smith, Der vorchristliche Jesus nebst weiteren Yorstudien zur Entstehungsgesch. des Urchrist. M. e. Vorwort von P. W. Schmiedel. Giessen 1906, verg. Meyboom, Theol. Tijdschr. 1907 bi. 1—17.

Sluiten