Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene elders niet vermelde verschijning aan Jakobus (waarschijnlijk Jakobus den rechtvaardige, den broeder des Heeren) en aan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welke het meerder deel nog in leven was ; dat hij voorts de verschijning, welke hij zelf na de hemelvaart van Jezus ontvangen had, geheel op dezelfde lijn plaatst en er hetzellde karakter aan toeschrijft, als aan de andere verschijningen: en dat hij de verschijningen beperkt zoowel in tijd, want die, welke aan hem te beurt viel, was de laatste, als ook in de personen, aan wie ze geschonken werden; ook bij Paulus is Christus openbaar geworden, met al den volke, maar den getuigen, die van God te voren verkoren waren, Hd. 1 : 3,10 : 40, 41, 13 : 31. Voorts zijn de verschijningen ook beperkt, wat de localiteit betreft, en hebben zij öf in Jeruzalem óf in Galilea plaats. Velen trachten tegenwoordig de eerstgenoemde als onhistorisch voor te stellen, op grond van het Evangelie van Markus, dat oorspronkelijk met 16 :8 eindigde, en met de niet te miskennen bedoeling, om de opstanding dan gemakkelijker als een visioen te kunnen verklaren. Maar als Markus oorspronkelijk met 16:8 eindigde, maakte dit Evangelie van geene enkele verschijning gewag, en kan men dus ook niet zeggen, of het alleen verschijningen in Galilea aannam; voorts leidt men uit Mk. 14:50 ten onrechte af, dat de discipelen bij hun vlucht terstond naar Galilea teruggekeerd zijn en dus op den opstandingsmorgen niet meer in Jeruzalem waren. Mk. 16 : 7 zegt juist uitdrukkelijk, dat Jezus hen zou voorgaan naar Galilea; en eindelijk spreken Mattheus, 28:9, Lukas, 24: 13v., Johannes, hoofdst. 20, wel van verschijningen in Jeruzalem, evenals de door Paulus genoemde verschijningen, behalve die aan de vijfhonderd broederen en aan hemzelven, ook waarschijnlijk daar plaats hadden. Volgens Johannes hadden de verschijningen de eerste acht dagen in Jeruzalem plaats, 20:26, waar de discipelen nog bleven om het paaschfeest, en eindigden zij daarmede, dat Jezus aan zijne jongeren den H. Geest gaf en de'apostolische volmacht schonk, 20 : 22, 23.

De verschijningen in Jeruzalem hadden waarschijnlijk plaats, omdat de discipelen het bericht der vrouwen weigerden te gelooven, Luk. 24.11, 24, 25 Mk. 16:11, 13, 14, en in dezen gemoedstoestand zeker ook niet geneigd waren, naar Galilea te gaan met de verwachting, Hem daar te zien. Maar daarna volgden de verschijningen in Galilea ; Jezus- ging zijn discipelen zelf daarheen voor, Mk. 16 : 7; daarheen moesten de discipelen terugkeeren, omdat zij geen veertig dagen in ledigheid en vreeze te Jeruzalem konden doorbrengen;

Sluiten