Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

women moet worden aangemerkt '). Er moet op dien derden dag iets gebeurd zijn, dat men zoo eenparig daarop de opstanding stelde. Daarbij komt dan nog liet ledige graf, waarvan de waarheid tegenwoordig nagenoeg door allen erkend wordt. Maar hoe de ledigheid van het graf te verklaren, als Christus niet waarlijk met hetzelfde lichaam, dat Hij aflegde in den dood, is opgestaan? Zeker, het ledige graf is zonder meer niet de grond voor het geloof aan de opstanding, want dan waren de verschijningen overbodig; maar voor de realiteit der lichamelijke opstanding is het toch van groote beteekenis.

Een tijd lang heeft men gemeend, de opstanding te kunnen verklaren, door een schijndood van Jezus aan te nemen (vele Rationalisten, en ook later Herder, Schleiermacher, Hase, Gfrörer), of door het lichaam van Jezus door diefstal te laten verdwijnen 3). Maar deze pogingen zijn zoo goed als geheel prijsgegeven. In plaats daarvan hebben toen Strausz, Lang, Holsten, Hausrath, Renan e. a. het subjectief visioen als een middel ter verklaring van het geloof der discipelen voorgesteld. Maar ook hier deden zich tal van bezwaren voor : zulk een subjectief visioen onderstelt veelmeer het geloof dan dat het dit voorbrengt, doch de gemoedsgesteldheid der discipelen was alles behalve geloovig, zij waren moedeloos, neerslachtig, verkeerden in diepen twijfel en wilden het bericht der opstanding eerst in het geheel niet gelooven; voorts sluit zulk een visioen volstrekt niet het geloof aan opstanding in, want toen en later hebben vele menschen visioenen van afgestorvenen gehad, zonder dat zij daaruit tot hunne opstanding besloten; verder gaan zulke visioenen bijna altijd gepaard met en leiden tot allerlei psychische en physische abnormaliteiten, maar bij de apostelen is daarvan geen spoor te bekennen, zij worden opgebeurd uit hun moedeloosheid en twijfel, al is het dat de opgestane Heiland na enkele dagen hen weder verlaat, treden moedig als zijne getuigen op, en ontwikkelen eene buitengewone activiteit; en eindelijk, om niet meer te noemen, de verschijningen, waarvan het Nieuwe Testament spreekt, hebben alle op eene bepaalde plaats en tijd en aan bepaalde personen plaats, zij vormen eene reeks, die op den derden dag begint en met de verschijning aan Paulus eindigt, en moeten dus tegenover alle

*) Kirsopp Lake, The historical evidence of the resurrection of Jesus Christ. London 1907 bl. 196.

2) ^ erg- thans nog Paul Bohrbach, Die Berichte über die Auferstehung Jesu

Christi. Berlin 1898.

Sluiten