Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn vleesch en beenen, Luk. 24:39; Hij toont aan zijne discipelen zijne handen en zijne zijde, Joh. 20:20, laat zich betasten, Joh. 20:27, gebruikt spijze, Luk. 24:43, Joh. 21:12v, wordt zichtbaar bij zijne hemelvaart opgenomen, Hd. 1:9, en komt zoo eenmaal weer, Hd. 1:11, Op. 1: 7. En aan den anderen kant mag Hij niet aangeraakt worden, Joh. 20: 17, wordt Hij niet herkend, Luk. 24:16, Joh. 20:14, verschijnt en verdwijnt Hij op eene geheimzinnige wijze, Luk. 24:36, Joh, 20:19, en verschrikken de discipelen bij zijne komst, Luk. 24: 37, Joh. 21:12. Het is dezelfde Jezus, maar verschijnend in eene andere gedaante, Mk. 16:12. Hij heeft een au\uce, dat gezaaid is in oneere en zwakheid, maar het is opgewekt in heerlijkheid en kracht en veranderd in een aco/ia nveviiazixov, 1 Cor. 15 :42v, 2 Cor. 13:4, Phil. 3:21; Hij is door de opstanding geworden tot een nvsvfia £wo7roiovv, 1 Cor. 15:45, 2 Cor. 3:17. Of deze vergeestelijking in de veertig dagen langzamerhand is toegegaan, valt moeilijk te zeggen, maar de eigenaardigheid van zijn lichaam in dezen tijd staat zonder twijfel in verband met den overgangstoestand, waarin Hij zoolang verkeerde. Zij is niet alleen aan zijn lichaam eigen, maar komt uit in al zijn doen en laten. Hij is nog op aarde, verschijnt van tijd tot tijd aan zijne discipelen, eet en drinkt en spreekt met hen. Maar Hij is toch de hunne niet meer, zooals Hij het tevoren was. De vertrouwelijke omgang van vroeger wordt niet meer hersteld. Jezus houdt zich op een afstand, trekt zich terug, behoort niet meer tot deze wereld, maar gaat over tot eene andere wijze van leven en werken. Als de discipelen dat verwachten en hopen, dan verbiedt Jezus hen, evenals aan Maria Magdalena, om Hem aan te raken. Hij gaat van hen weg, keert niet meer naar de aarde terug, maar wandelt voort op den weg naar den hemel. Hij vaart aldoor op tot zijnen God en Vader. Doch dat is niet tot schade, het is veeleer tot nut voor zijne discipelen. Want zijn God en Yader is ook hun God en hun Vader, zijne hemelvaart bereidt de hunne voor, Hij gaat voor doch zij zullen volgen. Ja, de omgang en het verkeer met Hem wordt door zijne lichamelijke verdwijning niet verzwakt, doch veeleer bevestigd en versterkt. Zij mogen hem nu niet meer aanraken, maar als Hij straks is opgevaren, dan wordt de gemeenschap met Hem door den Heiligen Geest vernieuwd en bekrachtigd. Lichamelijk, plaatselijk beperkt, aan tijd en ruimte gebonden verkeer, maakt dan plaats voor geestelijke, innerlijke, diepe, onverbrekelijke, eeuwige gemeenschap.

De veertig dagen zijn dus voor de jongeren allerbelangrijkst ge-

Sluiten