Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom is het en kan het ook God zelf zijn, die in Christus de verzoening aanbrengt, 2 Cor. 5 : 19 ; Hij verzoent zichzelven door de offerande des kruises, niet in patripassianistischen of pantheïstischen zin, alsof Hij zichzelf met zichzelf verzoent en de verzoening een immanent proces ware in het leven Gods. Want Christus is een ander dan de Vader, Hij is zelfs niet alleen de Zone Gods, maar ook de Zoon des menschen, hoofd en vertegenwoordiger der menschheid, en kon dus Gode een rantsoen brengen voor de verlossing onzer zielen. Maar daarom kan toch ook gezegd worden, dat God dat rantsoen in Christus vaststelde en verschafte, en in zooverre het ook in Christus aan zichzelven brengen deed. Ten onrechte zegt dus Dale, dat, als God Himself provided the rans om, He could not pay it to Himself 1). Integendeel in den persoon en in het werk van Christus handhaafde God zichzelven als God en bracht Hij de deugden, zoowel van zijne rechtvaardigheid als van zijne liefde, tot openbaring. Wijl Christus waarachtig God was, één in wezen met den Vader, kan men zeggen, dat God zelf door het kruis alle dingen met zichzelven verzoend heeft. Maar wijl Hij in persoon van den Vader onderscheiden en bovendien de Zoon des menschen was, daarom is de Vader het verwijderde, de Zoon het eigenlijke subject der verzoening. De liefde des Vaders schonk ons zijn Zoon tot eene betooning van zijne gerechtigheid en tot eene verzoening voor onze zonden. Jam diligenti nos sibi reconciliavit. Quia prius diligit, postea nos sibi reconciliat 2).

Door de offerande van Christus is er dus eene verhouding van verzoening, Rom. 5 :10, 2 Cor. 5 :19, van vrede, Hd. 10 : 36, Ef. 2:17, van nabijheid, Ef. 2:13, tot stand gekomen tusschen God en mensch. Christus heeft als Ilaa/iog de zonde „gesühnt" en daardoor God „versöhnt". Het onderscheid tusschen iXcco/xog en xuzakhtytj bestaat niet daarin, dat gene objectief en deze subjectief is. Ook de xaraUayrj is eene objectieve, door God zelf tot stand gebrachte relatie tusschen Hem en de wereld, 2 Cor. 5: 18, 19. Maar in het iXaaxso&ai is Christus als middelaar het subject, wendt,

*) Dale, The atonement bl. 357.

') Augustinus, de Trin. V 16. Encbir. 33, en verg. verder Lombardus e. a. op Sent. III dist. 19, 6. Thomas, S. Theol. III qu. 49 art. 4. Calvijn, Inst. II 16, 2—4. Turretinus, de satisf. Christi bi. 49. 86. 87. De Moor, Comm. III448—450. Frank, Chr. Wahrheit II 181 v. Kahler, Zur Lehre v. d. Versöhnung bl. 362 v. Shedd, Dogm. Theol. II 401. A. A. Hodge, The atonement ch. 9. Scott Lidgett, The spiritual principle of the atonement ch. 5 enz.

Sluiten