Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle creaturen in het gelijk gesteld. Het recht is aan zijne zijde en het zal eens door allen gewillig of onwillig worden erkend. In de xaxallayr], de vredeverhouding Gods in Christus tot de wereld,, liggen dus allerlei andere weldaden opgesloten. De vruchten van Christus' offerande zijn niet tot eenig terrein beperkt; zij bepalen zich niet, gelijk tegenwoordig zoo velen meenen, tot het religieusethische leven, tot het hart, de binnenkamer, de kerk, maar zij breiden tot heel de wereld zich uit. "Want machtig moge de zonde zijn, niet gelijk de misdaad is de genadegift; de genade Gods 0. en de gave door de genade is bovenmate overvloedig, Rom. 5:15. De weldaden, die uit de xazaXAayrj Gods in Christus onstoekomen, zijn te vele om te noemen 1). Zij kunnen ingedeeld in: juridische, n.1. vergeving der zonden, Mk. 14: 24, Hebr. 9 :22, rechtvaardigmaking, Rom. 3 : 24, 4 : 25, 5:9, 8 : 34, 1 Cor. 1: 30, 2 Cor. 5 : 21, aanneming tot kinderen, Gal. 3 : 26, 4:5, 6, recht op het eeuwige leven en de hemelsche erfenis, Rom. 8 : 17, 1 Petr. 1 : 4, ook verlossing of loskooping 2), ckrokvrooiaic, Ef. 1 : 7, Col. 1 : 14, Hebr. 9 : 15, dat echter soms ruimere beteekenis heeft, Rom. 3 : 24, 8 : 21, 23, 1 Cor. 1 : 30, Ef. 1 : 14, 4 : 30r 1 Petr. 1 : 18, 19; mystische, bestaande in het gekruisigd, begraven, opgewekt en in den hemel gezet worden met Christus,. Rom. 6—8, Gal. 2 : 20, Col. 3 : 1—13; ethische, n.1. wedergeboorte, Joh. 1 : 12, 13, levendmaking, Ef. 2 : 1, 5, heiligmaking,

1 Cor. 1 : 30, 6:4, afwassching, 1 Cor. 6 : 11, reiniging, 1 Joh.

2 : 9, besprenging, 1 Petr. 1 : 2, naar lichaam, ziel en geest, 2 Cor. 5 : 17, 1 Thess. 5 : 23; moreele, bestaande in de navolging van Christus, die ons zijn voorbeeld heeft nagelaten, Mt. 10: 38r 16 : 24, Luk. 9 : 33, Joh. 8 : 12, 12 : 26, 2 Cor. 8 : 9, Phil. 2 : 5, Ef. 2:10, 1 Petr. 2:21, 4:1; oeconomische, n.1. de vervulling van het (■ Oudtest. verbond, de inwijding van een nieuw verbond, Mk. 14: 24, Hebr. 7 : 22, 9 : 15, 12 : 24, de vrijheid van de wet, Rom. 7:lv., Gal. 2 :19, 3 :13, 25, 4 : 5, 5 :1 enz., de uitwissching van het handschrift der wet, de afbreking van den muur des afscheidsels, de verzoening van Jood en Heiden en van alle andere in de menschheid bestaande tegenstellingen tot de eenheid in Christus, Gal. 3 :

1) Verg. reeds boven bladz. 366.

2) Te (cnoXvioo)Gic van de geloovigen door Christus wordt op merkwaardige wijze toegelicht door de toenmalige gewoonte van het loskoopen van slaven,.

Deissmann, Licht vom Osten bl. 234 v. Schürer, Gesch. d. jüd. Volkes III318. 53.

Sluiten