Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■de wereld, alle dingen in hemel en op aarde, tot zichzelven verzoend, Joh: 1:29, 2 Cor. 5:19, Col. 1: 20, en vergadert ze in deze bedeeling tot één, Ef. 1:10; de wereld, door den Zoon geschapen, is ook voor den Zoon als haar erfgenaam bestemd, Col. 1:16, Hebr. 1: 2, Op. 11:15. Door Origenes werd hieruit afgeleid, dat Christus door zijn lijden en sterven de gansche wereld verlost heeft, niet alleen alle menschen maar ook alle andere redelijke wezens, n.1. de gevallen engelen, en voorts alle schepselen; Christus oi uovov vtisq ttvd-Qomcav uTCstïavev, c'c/j.a xai vtcsq rcov kotrrwv Xoyixmv 1). Hij is wel slechts eenmaal gestorven, in de voleinding der eeuwen, Hebr. 9 : 26, maar de kracht van zijn dood is genoegzaam tot verlossing, niet alleen van de tegenwoordige wereld, maar ook van die, welke vroeger bestaan heeft of later bestaan zal, en niet alleen van de menschen, maar ook van de hemelsche geesten 2). Dit universalisme is echter door alle Christelijke kerken eenparig verworpen, en feitelijk zijn deze altijd in zoover particularistisch, dat zij ra navra in Col. 1:20 beperken en niet tot de gevallen engelen uitbreiden. Maar desniettemin heeft men uit deze en andere plaatsen, waar het woord wereld of allen met de offerande van Christus in verband wordt gebracht, Jes. 53 : 6, Rom. 5:18, 8 : 32, 1 Cor. 15 : 22, 2 Cor. 5 :15, Hebr. 2:9, 1 Tim. 2:4, 6, 2 Petr. 3 : 9, 1 Joh. 2 :2, het besluit getrokken, dat Christus voor alle menschen, hoofd voor hoofd, voldaan had, en dat de satisfactio vicaria dus als universeel moest worden opgevat.

De kerkvaders vóór Augustinus spreken gemeenlijk zeer universalistisch over den heilswil Gods en over de verzoening van Christus3), maar de eigenlijke quaestie bestond in dien tijd nog niet en kon toen ook nog niet opkomen, wijl men aan Gods zijde alleen eene praescientia aannam en aan 's menschen zijde op zijne wilsvrijheid, schoon door de zonde verzwakt, den nadruk liet vallen 4). In den pelagiaanschen strijd moest zij echter aan de orde komen; en Augustinus was de eerste, die duidelijk de particuliere voldoening leerde. Wel zegt Augustinus meermalen met de Schrift, dat God aller zaligheid wil, dat, indien een voor allen gestorven

x) Origenes, in Joann. I 40.

2) Origenes, de princ. I G. II 3, 5. Hom. in Lev. I 3. Verg. Schwane, Dogmengesch. 1 2 254.

®) Verg. Petavius, de incarn. XIII c. 1. 2. M. Vitringa, Doctr. VI 147. 4 Verg. deel II 355 v.

Sluiten