Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die liet feitelijk niet worden, maar deze tekst wil zeggen, nullum hominum fieri salvum nisi quem salvum fieri ipse voluerit, of dat er allerlei menschen uit alle volken en standen zalig zullen worden, of ook wel, meer in den zin van Damascenus, dat God aller zaligheid wil, n.1. voluntate antecedente, conditionale, d. i. indien zij zelf willen en tot Hem komen, maar dan was deze wil toch weer magis velleitas quam absoluta voluntas 1). En wat de satisfactie aangaat, de scholastiek leerde wel, dat zij superabundans was en geschiedde pro peccato humani generis, totius humanae naturae 2)r maar zij betoogde de mogelijkheid der voldoening vooral daarmede, dat Christus het hoofd was en de geloovigen de leden zijns lichaams, en bracht de voldoening daarom telkens alleen met de geloovigen in verband; zoo zegt Thomas bijv., caput et membra sunt quasi una persona mystica et ideo satisfactio Christi ad ommes fideles pertinet sicut ad membra 3); quia ipse est caput nostrum, per passionem suam liberavit nos tanquam membra sua a peccatis, quasi perpretium suae passionis, sicut si homo per aliquod opus meritorium quod maoii exerceret, redimeret se a peccato quod pedibus commisisset 4). En elders zegt hij: passio Christi prodest quidem omnibus quantum ad sufficientiam, sed effectum non habet nisi in illis, qui passioni Christi conjunguntur per fidem et charitatem ')• Dat deze efficacitas niet afhangt van 's menschen vrijen wil, maar van Gods verkiezing en Christus' offerande zelve, blijkt in het algemeen uit Thomas' leer van de gratia en bepaald ook daaruit, dat hij uitdrukkelijk zegt: passio Christi efficienter causat salutem humanam 6)r evenals ook Lombardus verklaarde: Christus electos tantum sicut se dilexit eorumque salutem optavit 7), of op eene andere plaats: Christus se trinitati obtulit pro omnibus, quantum ad pretii sufficientiam, sed pro electis tantum ad efficaciam, quia praedestinatis tantum salutem effecit 8). Later werd ditzelfde gevoelen binnen de Roomsche kerk voorgestaan door Bajus; Jansenius, Quesnel, en

1) Lombardus, Sent. I dist. 46, 2, en ook in zijne uitlegging van 1 Tim. 2:4. Bonaventura, ib. art. 1 qu. 1. Thomas, S. Theol. I qu. 19 art. 7. qu. 23 art. 4 ad 3.

2) Thomas, S. Theol. III qu. 46 art. 1.

3) Thomas, S. Theol. III qu. 48 art. 2.

4) Thomas, S. Theol. III 49 art. 1.

6) Thomas, S. Theol. III qu. 79 art. 7.

e) Thomas, S. Theol. III qu. 48 art. 6.

") Lombardus, Sent. III 31, 4.

8) Lombardus, Sent. III 20, 3.

Sluiten