Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus, stond met de vier overige in het allernauwste verband, en alle vijf tezamen brachten in hunne consequentie eene gansch andere opvatting van heel het Christendom mede. Als toch van de offerande van Christus gezegd wordt, dat zij voor alle menschen is gebracht, ook voor hen, die vanwege hun ongeloof de vrucht van die offerande nimmer deelachtig worden, dan krijgt die ofierande zelve een gansch ander karakter, dan haar in de Schrift wordt toegekend. Zij is dan niet geweest eene volkomene voldoening aan den eisch der goddelijke gerechtigheid, eene aecjuivalentie van de straf, welke de zondaar had verdiend, eene verwerving voor hem van de feitelijke en werkelijke zaligheid ; maar zij was dan niet meer dan eene voorbeeldige straf, welke God om andere redenen dan zijne strenge gerechtigheid noodzakelijk en ook voldoende achtte (acceptilatie), en welke eigenlijk feitelijk niets voor den mensch, maar alleen voor God het recht en de mogelijkeid verwierf, om „opnieuw met de menschen te handelen en nieuwe voorwaarden, zulke als Hij zoude willen, voor te schrijven, van dewelke de volbrenging aan den vrijen wil des menschen hangen zoude' 1). Daarmede werd verder de wet van haar absoluut karakter beroofd, geloof en bekeering als eene nieuwe wet opgevat, de verkiezing niet alleen na de voldoening geplaatst, maar ook van des menschen wil afhankelijk gemaakt, en zelfs de Goddelijke natuur van den middelaar overbodig gemaakt. Want als de offerande van Christus alleen in de billijkheid en gepastheid, en niet in den eisch der gerechtigheid haar grond en maatstaf vond, waarom kon ze dan niet van dien aard zijn, dat zij door een heilig en rechtvaardig mensch ten volle gebracht kon worden ? Al deze en dergelijke gevolgtrekkingen lagen in het beginsel van het Remonstrantisme opgesloten, en zij werden er langzamerhand uit afgeleid. De Arminianen werden op de Synode te Dordrecht veroordeeld; maar niet verslagen. Hunne denkbeelden zijn ingedrongen in de Luthersche en in de Anglikaansche kerk, ze zijn overgenomen door allerlei godsdienstige richtingen, die in het Protestantisme van de officiëele kerken zich hebben losgemaakt, door Baptisten, Wesleyaansche Methodisten, Kwakers, Deïsten,

Pelagiana, quia gratiae internae operationem efficacena necessariam esse negant ad conversionem et fidem ingenerandam, De Conscientia 1\ 4 qu. 4.

!) Dordsche Leerregels II. Verw. der dwal. 3, en verg. voorts over de Remonstranten : hun Conf. en Apol. Conf. VIII 10. Arminius, Op bl. 153. Episcopius, op 1 Joh. 2:2. Limborch, Theol. Christ. IV. c. 3 — 5.

Sluiten