Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen, het feit zelf staat vast: in de Schrift zijn niet alle menschen hoofd voor hoofd, maar is de gemeente das Corrélat aller an den Opfertod Christi geknüpften Wirkungen1). De overwegingen bij Ritschl zijn echter andere dan bij de Gereformeerden ; deze laatsten zeiden niet allen, maar de gemeente der uitverkorenen. Ritschl zegt: niet de enkele, maar de gemeente, en tracht alzoo de unio mystica, de gemeenschap van de geloovigen individueel met Christus, uit de Schrift te verwijderen. Maar in de zaak zelve is er toch overeenstemming.

Tegenover deze klare, doorloopende leer der Schrift hebben de enkele teksten, waarop de universalisten zich beroepen, weinig gewicht. De uitdrukking allen in Jes. 53:6, Rom. 5:18, 1 Cor. 15:22, 2 Cor. 5:15, Hebr. 2 : 9, cf. 10 bewijst niets, of zij bewijst veel meer dan de universalisten beweren, en zou ten goede komen aan de leer van Origenes over de wederherstelling aller dingen. De universalisten zijn daarom zelf gedwongen, om het woord allen in deze plaatsen te beperken. Van meer gewicht zijn teksten als Ezech. 18:23, 33:11, Joh. 1:29, 3:16, 4:42, 13:22, 1 Tim. 2:4, 6, Tit. 2 :11, Heb. 2 : 9, 2 Petr. 3 : 9, 1 Joh. 2:2, 4 :14, waar de wil Gods of de ofterande van Christus in verband wordt gebracht met het behoud van allen of van de wereld. Maar deze teksten zijn geen van alle in strijd met de bovengenoemde uitspraken, die Christus' weldaden tot de gemeente beperken. Immers, het N. Test. is eene gansch andere bedeeling dan het O. Verbond; het Evangelie is niet tot één volk bepaald, maar moet gepredikt worden aan alle creaturen, Mt. 28:19; er is geen aanneming des persoons bij God, er i§ geen onderscheid meer van Heiden en Jood, Hd. 10:34, 35, Rom. 3:29, 10:11—13. Ja zelfs, als in Jes. 53:11, 12, Mt. 20:28, 26 : 28, Rom. 5 :15, 19, Hebr. 2 :10, 9 : 28 van velen sprake is, voor wie Christus gestorven is, dan ligt daaraan niet de tegenstelling ten grondslag, die er later dikwerf ondergeschoven is, dat niet allen, maar slechts velen zullen zalig worden. Doch de gedachte, waaruit dit spreken van velen opkomt, is eene gansch andere, n.1. niet voor enkelen is Christus gestorven, maar voor velen, voor zeer velen. Hij geeft zijn leven voor velen, Hij vergiet zijn bloed voor velen, Hij zal velen rechtvaardig maken : niet weinigen zijn het, maar velen, die door de gehoorzaamheid van éénen tot rechtvaardigen gesteld worden. De Schrift is niet bevreesd, dat er te velen zullen

l) Ritschl, Rechtf. u. Vers. II2 216.

Sluiten