Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest de hoogepriester, nadat de offerande gebracht was, nog wel van het bloed nemen en daarmede ingaan in het heilige der heiligen en dat offeren voor zichzelf en voor des volks misdaden. Maar dat behoorde tot de onvolkomenheden des Ouden Verbonds. Er werd door te kennen gegeven, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zoolang de eerste tabernakel nog stand hield, 9:7, 8. Doch dit gold niet van Christus; Hij bracht eene eenige en volmaakte offerande aan het kruis; Hij nam zijn bloed niet mede naar den hemel, om het te offeren; maar Hij ging, door den tabernakel van zijn lichaam en door het voorhangsel van zijn vleesch heen, 9: 11, 10:20, in eens binnen in het waarachtige heiligdom; en daartoe ontving Hij het recht en de macht door zijn eigen bloed, dat Hij aan het kruis had gestort, 9:12. Zijn bloed had die kracht, omdat het zijn eigen bloed was, omdat Hij door den eeuwigen Geest zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, 9 :14. Dat bloed werd n.1. wel slechts eenmaal gestort, en de offerande van Christus had wel slechts eenmaal plaats, in een bepaald moment van den tijd; maar deze gebeurtenis was toch niet als de offerdienst van het Oude Testament tijdelijk, voorbijgaand, verdwijnende. Integendeel, de offerande aan het kruis was de offerande van Hem, die de Zoon, de Schepper en de Erfgenaam aller dingen was, die tevens mensch werd, door gehoorzaamheid zichzelf volmaakte en in de storting van zijn bloed bewees, dat eeuwige Geest in Hem woonde. Zij heeft dus eeuwige, geestelijke, beteekenis. Christus was hoogepriester, ook reeds op aarde, 1:27,9:11, 14, 25, 28, 10 :10, 13 : 12, maar Hij was het niet naar Aaron, doch naar de ordening van Melchizedek, eeuwig en onveranderlijk.

Doch daarom legt de brief aan de Hebreën ook zulk een sterken nadruk op den ingang van Christus in het waarachtige heiligdom. Hij ging daarin door middel van zijn eigen bloed, niet om daar zichzelf weer op eene of andere manier te offeren, want dat heeft Hij eenmaal gedaan en daardoor heeft Hij alle weldaden van het verbond der genade verworven, 9 : 26—28, 10: 12, 14 enz. Maar Hij ging daarbinnen, om nu in volkomenen en waarachtigen zin te zijn hoogepriester der toekomende goederen, 9 :11, hoogepriester, die gezeten is aan de rechterhand van den troon der majesteit in de hoogste hemelen, 1:3, 3:1, 4:14, 6 :20, 8:1. Wij hebben een volmaakten hoogepriester, die gehoorzaamheid geleerd heeft, die zichzelven volmaakt heeft, die ons gelijk is geworden, die medelijden met ons kan hebben, die zichzelven eenmaal door den eeuwigen Geest heeft opgeofferd, maar die in dien weg ook verworven heeft

Sluiten