Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet recht, om te zitten aan Gods rechterhand. Het is een hoogepriester, die als Melchizedek tevens koning is, koning der gerechtigheid^ en koning des vredes, een eeuwig, geestelijk, hemelsch koning; een hoogepriester, die toekomende, hemelsche goederen verwierf, bezit en uitdeelt, die in den hemel ons ten goede voor Gods aangezicht verschijnen, voor ons bidden, en ons volkomen zaligmaken kan, 7 :25, 9 : 24. En daarin bestaat de priesterlijke werkzaamheid, welke Christus thans nog in den hemel uitoefent. Hij offert zich daar niet meer, want dat deed Hij eens en volmaakt aan het kruis ; er is in den hemel ook geene herhaling, geene vernieuwing, geene reproductie van de kruisofferande ; want in het binnenste, waarachtige heiligdom is er geene plaats voor het altaar.

Maar de offerande, welke Christus bracht op aarde, heeft een eeuwig karakter, ze blijft en ze werkt door in Christus1 verschijning voor het aangezicht Gods en in zijne voorbede voor ons; ze is historisch en suprahistorisch tegelijk; omdat zij de offerande was van den Zoon door de kracht des eeuwigen Geestes, daarom is zij daad van en tegelijk bekwaammaking voor zijn eeuwig, koninklijk hoogepriesterschap in de hemelen. Sterker nog dan Paulus, bijv. in Phil. ^ ^ 11, beziet de brief aan de Hebreën den staat der vernedering bij Christus uit het standpunt zijner verhooging, en in den eersten eene voorbereiding en oefening voor de laatste. Thans, in den hemel, is Christus de volmaakt-gevormde hoogepriester, de hoogepriester- koning, die alles wat Hij verwierf bezit, die onuitsprekelijk rijk is aan geestelijke en eeuwige goederen, en die van uit den hemel deze ons bedient. Om waarachtig priester te zijn, moest Hij piiester-in-den-hemel zijn, niet op aarde, niet in een tempel met handen gemaakt, maar in de hemelen, op den troon van het heelal. Omdat Hij eenmaal onstraiielijk zich opofferde en met ééne offerande in eeuwigheid volmaakt heeft degenen, die geheiligd worden, 10:14, daarom juist kan Hij ook volkomenlijk zalig maken alle degenen, die door Hem tot God gaan, alzoo Hij altijd leeft, om voor hen te bidden, 7 : 25. In zijne voorbede leeft en werkt zijne offerande voort. Niet de van Christus' persoon losgemaakte, eens op aarde volbrachte ofterande, maar de verhoogde Christus, die tevens de gekruisigde is, is en blijft de verzoening voor onze zonden, 1 Joh. 2 : 2. Gister en heden is Hij dezelfde en tot in eeuwigheid, Hebr. 13 :8 1).

') Cloppenburg, Op. II 889-902. Nic. Arnoldus, Religio Socin. Franeq. 1654 bl. 678—706. De Witte, Wederlegging der Soc. dwal. II 152 v. Mastricht, Theol. Geref. Dogmatiek III. op.

Sluiten