Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgestaan was en toen heenging om te prediken. Alle grond ontbreekt, om met de Lutherschen tusschen de vivificatio en de resurrectio een temporeel onderscheid te maken en in dien tussclientijd dan de nederdaling ter helle te plaatsen. Ook is er nergens in de Schrift eenige aanwijzing, dat Christus na zijne opstanding, voordat Hij ten hemel voer, nog eerst naar de hel is gegaan. Aan de andere zijde is ook de exegese onhoudbaar, dat Christus in den Geest naar de tijdgenooten van Noach is gegaan en hun heeft gepredikt; sv <( slaat duidelijk op den levend gemaakten Christus; rcootvbttg, cf. vs. 22, laat geen andere opvatting toe; de prediking van Christus in den Geest aan Noachs tijdgenooten vóór vele eeuwen doet hier niets ter zake. De pericoop bevat dan ook heel iets anders.

Petrus n.1. vermaant de geloovigen, om weldoende te lijden en daarin Christus natevolgen. Hij toch leed weldoende, want Hij leed voor de zonden, als een rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, en wel met dit doel, dat Hij ons, onrechtvaardigen, tot Ged zou brengen. Dat is weldoende lijden! En nu is Christus wel in het vleesch gedood, maar Hij is levendgemaakt en opgestaan in Geest, d. i. wijl het TTvsvfia dyKoovvrjs beginsel van heel zijn leven was, als Geest. En als zoodanig, als levendgemaakte, opgestane Geest, als Heer en Koning, heengaande, jtoqsvxïsis, d. i. niet naar de hel, maar blijkens vs. 22 heengaande naar den hemel, heeft Hij den geesten in de gevangenis gepredikt. Dat is: zijn heengaan naar den hemel als opgestane Heer, Hd. 2:36, was een xr^vyfia tot de geesten in de gevangenis. Wat de inhoud van dat xrj^vy/ia was, wordt niet gezegd en behoeft niet gezegd te worden. Het opstaan en ten hemel varen was zelf het rijke, machtige, triumfantelijke x^ovyuu van Christus tot de geesten in de gevangenis. Dat Petrus dit xrjQvy[ice van Christus door zijne hemelvaart nu bepaaldelijk brengen laat aan die geesten in de gevangenis, die in Noachs dagen, in weerwil van Gods lankmoedigheid en niettegenstaande zij het bouwen der ark zagen, ongehoorzaam waren, heeft eene dubbele reden. Ten eerste worden die tijdgenooten van Noach in de Schrift steeds als de meest goddelooze van alle menschen voorgesteld; en ten tweede zijn zij omgekomen, en Noach met de zijnen gered door eenzelfde water. Evenzoo is het water des doops door de opstanding van Christus het verderf voor de goddeloozen en de behoudenis voor de geloovigen. Want Christus, die opgestaan is en dien doop ingesteld heeft en er kracht aan verleent, zit aan Gods rechterhand, nadat door de hemelvaart alle engelen en krachten en machten Hem onderdanig zijn gemaakt.

Sluiten