Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdelijk was J); anderen waren van oordeel, dat er wel verandering komt in de wijze van regeeren, maar dat zijn koningschap toch eeuwig is 2). Het verschil is gemakkelijk in dien zin op te lossen, dat het middelaarschap der verzoening, en dus in zoover ook het profetisch, priesterlijk en koninklijk ambt van Christus een einde neemt; God zal koning en alles in allen wezen; maar wat blijft is het middelaarschap der vereeniging. Christus blijft profeet, priester en koning, zooals dit met de menschelijke natuur vanzelf gegeven, in het beeld Gods opgesloten, en het hoogst en rijkst in Christus als Beeld Gods verwezenlijkt is. Christus is en blijft het hoofd der gemeente, uit wien alle leven en zaligheid eeuwiglijk haar toevloeit ). Wie dit wilde ontkennen, zou ook moeten komen tot de leer, dat de Zoon eenmaal zijne menschelijke natuur afleggen en vernietigen zou; en daarvoor ontbreekt in de Schrift alle grond.

1) Calvijn, lnst. I 14, 3. 15, 5. Comm. op 1 Cor. 15 :28. Alting, Theol. probl. nova XII 36. Pareus op 1 Cor. 15 : 28.

2) Mastricht, Theol. V 8, 9. De Moor, Comm. III 1129. M. Vitringa, V 443.

3) Kuyper, Encycl. II 2 326. Id., De vleeschwording des Woord» bl. 31. 195.

Sluiten