Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontrouw en afval vanlsraels zijde, zich hunner ontfermen, bekeering en leven geven zal, Ex. 32:30-35, Num. 14, 16:45-50, Lev. -26 : 40—44, Deut. 4 : 31, 8:5, 30 : 1—7, 32 : 36—43, Neh. 9 : 31. Hij vergeeft de zonden om zijns naams wil, Ex. 34: 7 enz., en zendt zijnen H. Geest, die de bewerker is van alle geestelijke leven, Num. 11:25, 29, Neh. 9:20, Ps. 51:13, 143:10, Jes. 63:10. En als de geschiedenis dan leert, dat Israël telkens het verbond ontheiligt, verlaat, vernietigt, Deut. 31: 20, 1 Ivon. 11:11, 19 :10, 14, Jer. 22 : 9, 32 : 32 enz., dan verkondigt de profetie, dat God zijnerzijds het verbond nimmer verbreken en zijn volk nooit verlaten zal. Hij kan het niet doen om zijns naams en zijns roems wil voor de Heidenen, Num. 14:16, Deut. 32:26, 27, 1 Sam. 12:22, Joel 2 •. 17—19, Jes. 43:21, 25, 48:8-11, Jer. 14:7, 20, 21, Ezech. 20:43, 44, 36:32. Het is een eeuwig verbond, dat niet wankelen kan, wijl het vastligt in Gods goedertierenheid, 2 Kon. 13:23, 1 Chron. 16:1/, Ps. 89:1—5, 105:20, 106:45, 111:5, Jes. 54:10. Hij staat als het ware voor beide partijen in, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn volk, en Hij zal alzoo een nieuw verbond oprichten, zijn Woord en Geest niet van hen doen wijken, hunne zonden om zijns naams wil vergeven, over allen zijnen Geest uitstorten, een vleeschen hart hun schenken, de wet in hun binnenste schrijven en hen in zijne inzettingen doen wandelen, Deut. 30 : 6, Jes. 44 : 3, 59 : 21, Jer. 24 : 7, 31: 31v., Ezech. 11: 19, 16 : 60, 18 : 31, 36 : 26, 39 . 29, Joël 2 : 28, Mich. 7 : 19 enz.

411. Maar na de ballingschap weken deze profetische elementen uit Israels religie terug en ontwikkelde zich deze meer en meer m eene eenzijdig nomistische richting. Esra en Nehemia legden in het jaar 445 v. C. aan de teruggekeerden de wet van Mozes voor en verplichtten hen allen met eede tot onderhouding van hare geboden, Neh. 8—10. Eene allermerkwaardigste verandering trad er toen in de gezindheid en het leven van Israels volk in. Voor de baUingschap was het afkeerig van de wet, verviel het ieder oogenbhk tot allerlei afgoderij en ongerechtigheid, en maakte het zich voortdurend aan ontrouw en afval schuldig; maar na de ballingschap buigt het zich deemoedig onder de wet, is het van alle afgoderij en beeldendienst ten diepste afkeerig, en vindt het m de onderhouding van Gods geboden zijn lust en zijn leven. Doch het sloeg daarbij zeer spoedig, en in het vervolg van tijd hoe langer zoo meer, tot een ander uiterste over. De naëxilische profeten lieten

Sluiten