Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als eene gave Gods aan verlorenen, Mk. 1:15, en dus vertrouwen op God, Mk. 11:22, op Jezus' woord en macht, Mt. 8: 10, 9:2, Mk. 4 : 40, op Jezus' persoon als Messias, Mt. 27 : 42, Mk. 9 : 42, Joh. 1 :12, 2:11, 6 : 29, 17 : 8, 20 : 30, Hd. 9 : 22, 17 : 3, 18 : 5 enz. Maar ook deze [xsravoia en matig zijn zelve weer genadegaven Gods, Mt. 11:25, 27, 15:13, 16:17, Luk. 10:22, Joh. 6:44, 65, 12:32, zoodat alleen degenen die uit de waarheid zijn, Joh. S: 43, 47, 12 :39, 18:37, die door den Vader aan den Zoon gegeven zijn, 6 : 37v., 17 : 2, 6, 9, 10 : 26, 12 : 52, die reeds wedergeboren zijn, 1:12, 13, 8 : 47, tot het geloof komen.

In de apostolische verkondiging wordt dit alles veel breeder uitgewerkt. De verhouding van de objectieve verwerving en de subjectieve toepassing des heils treedt dan helderder in het licht. Als Jezus gestorven en opgewekt is, dan wordt het zijn discipelen duidelijk, dat het koninkrijk, hetwelk Hij gepredikt heeft, met al zijne goederen van vergeving, gerechtigheid en eeuwig leven, door zijn lijden en sterven verworven is ; en dat Hij juist daartoe door den Vader opgewekt en verheerlijkt is, opdat Hij deze weldaden aan de zijnen toepassen zou. De toepassing is van de verwerving onafscheidelijk. Het is één werk, dat aan den middelaar is opgedragen ; en Hij zal niet rusten, voordat Hij het gansche koninkrijk voltooid den Vader overgeven kan. Maar toch, hoe onverbrekelijk verwerving en toepassing der zaligheid ook samenhangen, er is onderscheid. Gene bracht Christus tot stand op aarde, in den staat der vernedering, door zijn lijden en sterven, deze volbrengt Hij van uit den hemel, in den staat der verhooging, door zijne profetische, priesterlijke en koninklijke werkzaamheid aan de rechterhand des Vaders. Daarom oefent Hij deze toepassing der zaligheid ook uit door den H. Geest. Door dien Geest werd Hij zelf bekwaamd tot het werk, dat Hij op aarde te volbrengen had. Door dien Geest werd Hij ontvangen in Maria's schoot, Luk. 1:35, gezalfd bij den doop, Mt. 3:16, geleid in de woestijn, Mt. 4:1, keerde Hij weder na Galilea, Luk. 4:14, sprak Hij zijn woord, Mk. 1:22, predikte Hij het Evangelie, Luk. 4:18v., genas Hij de kranken en wierp Hij de onreine geesten uit, Mt. 12 :28. In de macht \ an zijn woord en zijne werken werkte dus bij Hem de Heilige Geest, maar ook in zijne lijdzame zachtmoedigheid, Mt. 12:17 20, heilige 'verontwaardiging, Mk. 11:14—17, en hemelsche blijdschap, Luk. 10:21. Hij was altijd vol des Heiligen Geestes, Luk. 4:1, en volbracht al zyn werk door zijne kracht, want God was met Hem, Hd. 10. 38.

Sluiten