Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon Hij dezen nu aan zijne gemeente op aarde mededeelen, Hd. 2 :33. De Geest, dien Hij schenkt, gaat van den Vader uit, wordt door Hem van den Vader ontvangen en wordt daarna door Hem zeiven in zijne gemeente uitgestort, Luk. 24 : 49, Joh. 15:26. Het is de Vader zelf, die den Heiligen Geest zendt in Jezus' naam, Joh. 14:26. Vóór de hemelvaart was dus de Heilige G-eest nog niet, overmits Christus nog niet was verheerlijkt, Joh. 7:39. Er kan hiermede niet bedoeld zijn, dat de Heilige Geest vóór de verheerlijking van Christus nog niet bestond, want in het Oude Testament is er reeds telkens van Gods Geest sprake J) en de Evangeliën verhalen ons, dat Johannes de Dooper en Elizabeth met den Heiligen Geest vervuld waren, Luk. 1:15,41, dat Simeon door den Heiligen Geest naar den tempel geleid werd, Luk. 2:26, 27, dat Jezus zonder mate met Hem gezalfd was, Joh. 3:34. En ook kan de bedoeling niet zijn, dat de discipelen vóór den Pinksterdag niet wisten, dat er een Heilige Geest bestond. Want zij waren door het Oude Testament en door Jezus zeiven gansch anders onderwezen. Zelfs de discipelen van Johannes, die te Efeze tot Paulus zeiden, dat zij bij hun doop niet alleen den Heiligen Geest niet ontvangen hadden, maar ook niet gehoord hadden, of er een Heilige Geest was, Hd. 19 :2, gaven daarmede niet te kennen, dat het bestaan des Heiligen Geestes hun onbekend was, maar wilden er alleen mede zeggen, dat zij'van eene buitengewone werking des Heiligen Geestes, dat is van de wondervolle gebeurtenis op den Pinksterdag, niets hadden gehoord. Immers wisten zij zeer goed, dat Johannes een profeet was, door God gezonden en door zijn Geest bekwaamd, maar zij waren discipelen van Johannes gebleven, hadden zich niet bij Jezus aangesloten en leefden dus buiten de gemeente, die op den Pinksterdag den Heiligen Geest ontving.

De gebeurtenis, welke op dezen dag plaats had, kan daarom geene andere beteekenis hebben, dan dat de Heilige Geest, die ook vroeger reeds bestond en vele gaven schonk en vele krachten werkte, thans, na de hemelvaart, van Christus uit in de gemeente als in zijn tempel is gaan wonen. De uitstorting des Heiligen Geestes is na schepping en vleeschwording het derde groote werk Gods. Deze buitengewone gave des Heiligen Geest was reeds herhaaldelijk in het Oude Testament beloofd. Niet alleen zou de Geest des Heeren in al zijne volheid rusten op den knecht des Heeren, Jes.

*) Verg. deel II 261. 264. 279.

Sluiten