Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11:2, maar Hij zou in het laatste der dagen ook uitgegoten worden over alle vleesch, over zonen en dochteren, ouden en jongen, dienstknechten en dienstmaagden, Jes. 44:3, Ezech. 39 • 29, Joël 2:28 v. Johannes de Dooper nam deze belofte over en zeide van den Messias, dat Hij niet, gelijk hijzelf, met water, maar met den Heiligen Geest en met vuur, met het reinigende en verterende vuur des Heiligen Geestes zou doopen, Mt. 3:11, J0h. 3 • 11, verg. Hd. 2:3, 18:25, Rom. 12:11, 1 Thess. 5:19. Én Jezus! beloofde dienovereenkomstig aan zijne jongeren, dat Hij zelf na zijne verhooging hun van den Vader den Heiligen Geest zou zenden, die hen in al de waarheid leiden zou. Daarbij maakte Hij duidelijk tusschen tweeërlei werkzaamheid des Heiligen Geestes onderscheid. De eene werkzaamheid bestaat daarin, dat de Heilige Geest, in de harten der discipelen uitgestort, hen troosten, in de waarheid leiden en eeuwig bij hen blijven zal, Joh. 14:16, 15 :26, 16 : 7. Maar deze Geest der vertroosting en leiding wordt alleen 'aan de discipelen van Jezus geschonken; de wereld kan dezen Geest niet ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, Joh. 14 :17. Daarentegen oefent de Heilige Geest in de wereld eene gansch andere werkzaamheid uit, n.1. deze, dat Hij, in de gemeente wonende en van daaruit op de wereld inwerkende, haar overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, en op al deze drie punten haar in het ongelijk stelt, Joh. 16 :8—11.

Deze belofte vervulde Jezus aan zijne discipelen in engeren zin, dat is aan zijne apostelen, nog vóór zijne hemelvaart. Toen Hij in'den avond van den dag zijner opstanding voor de eerste maal aan zijne jongeren verscheen, leidde Hij hen plechtig tot hun apostolischen arbeid m en blies Hij op hen, zeggende: ontvangt den Heiligen Geest ; zoo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven, zoo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden, Joh. 20:22, 23. Voor het apostolische ambt, dat zij straks moeten uitoefenen, hebben zij eene bijzondere gave en kracht des Heiligen Geestes van noode; en deze wordt hun thans nog door Christus vóór zijne hemelvaart geschonken, in onderscheiding van die, welke zij straks op den Pinksterdag in gemeenschap met alle geloovigen ontvangen zullen. Op dezen dag toch waren de apostelen niet alleen, maar volhardden eendrachtelijk in het bidden en smeeken, met de vrouwen •en Maria, de moeder van Jezus, en met zijne broederen, en met vele anderen, ten getale van omtrent honderd en twintig personen, Hd. 1:14, 2:1; en alle dezen werden toen vervuld met den Heiligen

Sluiten