Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Heiligen Geest ontvangen hadden, gelijk als ook wij, Hd. 10:47 verg. 11:17, 15:8. Maar desniettemin was er toch onderscheid. Want in 1 Cor. 14, evenals ook in Hd. 10:46 en 19:6, is er sprake van tongen of talen, zonder het adjectief: vreemde, er bij, dat onze Statenvertaling daarom ten onrechte opnam ; maar Hd. 2:4 spreekt uitdrukkelijk van andere talen. Als de leden der gemeente te Corinthe in tongen spreken, worden zij niet verstaan of begrepen, tenzij er eene uitlegging volgt, 1 Cor. 14: 2v.; maar te Jeruzalem spraken de discipelen reeds in andere talen, voordat de menigte kwam toeloopen en hen hoorde, zoodat een hoorwonder uitgesloten is, Hd. 2:4. En toen de menigte hen hoorde, verstond zij het gesprokene, want een iegelijk hoorde hen in zijne eigene taal spreken, in de taal, in welke zij geboren waren, Hd. 2:6, 8. De andere talen, waarvan vers 4 spreekt, zijn dus zonder twijfel dezelfde als die, welke in vers 6 de eigene talen der hoorders worden genoemd, en in vers 8 nog nader worden aangeduid als de talen, in welke zi) geboren waren. Het waren dus geene onverstaanbare geluiden, waarin de discipelen spraken, maar andere talen, nieuwe talen, zooals het bij Markus 16:17 heet, en zooals zij van ongeleerde Galileërs niet werden verwacht, Hd. 2:7. En in die talen verkondigden zij de groote werken Gods, inzonderheid die, welke Hij in de laatste dagen in de opwekking en verhooging van Christus gewrocht had, Hd. 2 :4 en 14v.

Nu mag dit bericht van Lukas niet zoo worden opgevat, alsof de discipelen van Jezus op dat oogenblik alle mogelijke talen der aarde kenden en spraken. En evenmin ligt er in opgesloten, dat zij hoofd voor hoofd in alle vreemde talen gesproken hebben. Zelfs is de bedoeling met het taalwonder niet deze geweest, dat de discipelen aan de vreemdelingen het Evangelie zouden verkondigen in hun eigen taal, omdat zij het anders niet verstaan konden. Want de vijftien namen, die in vers 9—11 worden opgesomd, duiden niet even zooveel verschillende talen aan, maar zijn aanwijzing van de landen, waaruit de vreemdelingen bij gelegenheid van het Pinksterfeest naar Jeruzalem waren gekomen; en al deze vreemdelingen verstonden Arameesch of Grieksch, zoodat er aan eene toerusting van de apostelen met de gave der vreemde talen geen behoefte bestond. Trouwens, later vinden wij in het Nieuwe Testament nooit meer van deze gave der vreemde talen eenige melding gemaakt; Paulus, de apostel der Heidenen, die ze dan wel vóór allen noodig gehad en ontvangen zou hebben, spreekt er nooit van; met Arameesch en Grieksch kon

Sluiten