Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor allen, gestorven, opdat de levenden niet meer zichzelven, maar Christus leven zouden, 2 Cor. 5:15. In de voldoening aan de wet, die de kracht der zonde is, d. i. in de vergeving, is ook in beginsel de macht der zonde gebroken: waar gerechtigheid is, daar is ook leven; Kom. 3—5 wordt gevolgd door Rom. 6—8. Christus is niet alleen gestorven, Hij is ook opgestaan en verheerlijkt; Hij is en blijft de Heer uit den Hemel, de levendmakende Geest, die niet alleen voor de gemeente stierf, maar ook in haar woont en werkt. Deze gemeenschap nu tusschen Christus en de gemeente wordt tot stand gebracht en onderhouden door den H. Geest. De H. Geest is daarom niet alleen degene, die het geloof werkt en van het kindschap verzekert, maar Hij is ook auteur van een nieuw leven; en het geloof is niet maar aanneming van een getuigenis Gods, doch ook aanvang en beginsel van een heiligen wandel, 2 Cor. 5 : 17, Ef. 2 :10, 4 : 24, Col. 3 : 9, 10. In en door den Geest komt Christus zelf tot de zijnen, Joh. 14:18, leeft in hen, Rom. 8 : 9—11, 2 Cor. 13 : 5, Gal. 2 : 20, Ef. 3 :17, Col. 3 :11, gelijk omgekeerd de geloovigen door dien Geest in Christus zijn, leven, denken, handelen, Joh. 17:21, Rom. 8:1, 9, 10, 12:5, 1 Cor. 1: 30, 2 Cor. 5 :17. Gal. 3 : 28, 6 : 25, Ef. 1:13, Col. 2 : 6,10 ; nawa xui sv naaiv Xoinzoc, Col. 3:11 1). En niet alleen Christus, maar ook God zelf komt door dien Geest woning in hen maken en vervult hen met zijne volheid, opdat Hij ten slotte alles in allen zij, Joh. 14 : 23, 1 Cor. 3 :16, 17, 6 :19, 15 : 28, 2 Cor. 6 :16, Ef. 2 : 22. Door de gemeenschap aan den persoon van Christus, bewerkt de H. Geest ook de gemeenschap aan al zijne weldaden, aan zijne Goyicc, 1 Cor. 2 : 6—10, óixaioavvrj, 1 Cor. 6 :11, ayiccG/.ios, ib., Rom. 15 : 16, 2 Thess. 2 :13, dnoXvxQwaig, Rom. 8 : 2, 23. Hij verzekert de geloovigen van hun kindschap, Rom. 8:14—17, Gal. 4:6, en van de liefde Gods, Rom. 5:5; Hij maakt hen vrij van de wet en laat hen saam als ééne gemeente in de wereld optreden, levend door een eigen beginsel, staande onder een eigen hoofd, Hd. 2, 2 Cor. 3, Gal. 4: 21—6 : 10 2). Hij verbindt de geloovigen tot één lichaam, 1 Cor. 12:13, leidt hen tot éénen Vader, Rom. 8:15, Gal. 4:6, Ef. 2:18, brengt allen tot de belijdenis van Christus als Heer, 1 Cor. 12:3, maakt hen één van hart en ziel, Hd. 4:31,

') Verg. Deissmann, Die neut. Formel sv Xo. Irjffov 1892, die echter ten onrechte de formule steeds in localen zin opvat.

2) Verg. boven bl. 234.

Sluiten