Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het goede te doen en neemt er de infirmitas uit weg; fateamur, interna atque occulta, mirabili ac ineffabili potestate operari Deum in cordibus hominum, non solum veras revelationes sed etiam bonas voluntates 1). Deze genade is daarbij irresistibilis, zij werkt indeclinabiliter en insuperabiliter op den wil des menschen in 2); zij wordt door geen hart zoo hard verworpen, a nullo corde duro respuitur, God neemt door de genade het steenen hart weg en geeft er een vleeschen hart voor in de plaats 3). De uitverkorenen, die haar ontvangen, kunnen door haar niet slechts tot Christus komen, maar zij komen ook werkelijk tot Hem. Dit is echter niet zoo te verstaan, alsof God jloor de genade den vrijen wil des menschen onderdrukte of vernietigde; integendeel, de genade maakt den wil juist vrij van de slavernij der zonde. Liberum ergo arbitrium evacuamus per gratiam? Absit, sed magis liberum arbitrium statuimus. Sicut enim lex per fidem, sic liberum arbitrium per gratiam non evacuatur sed statuitur quia gratia sanat voluntatem 4). Daarom kon Augustinus ook zeggen, consentire vocationi Dei vel ab ea dissentire, propriae voluntatis est B), want beiden, wie gelooft en wie niet gelooft, doen dat vrijwillig, nemo credit nisi volens. Zoo ver was hij er echter vandaan, om door deze uitspraak de beslissing ten slotte weer in de handen van den mensch te leggen, dat hij onmiddellijk voortgaat: dit woord verzwakt niet, maar bevestigt het woord des apostels: wat hebt gij dat gij niet hebt ontvangen? Accipere quippe et habere anima non potest dona, de quibus hoe audit, nisi consentiendo; ac per hoe, quid habeat et quid accipiat Dei est; accipere autem et habere utique accipientis et habentis est. Iamsi ad illam profunditatem scrutandam quisquam nos coarctet, cur illi suadetur ut persuadeatur, illi autem non ita, duo sola occurrunt interim quae respondere mihi liceat; o altitudo divitiarum, et: numquid iniquitas apud Deum 6). En gelijk het begin, zoo is ook de voortgang des geloofs en der liefde alleen aan Gods genade te danken; de gratia operans gaat over in de gratia cooperans, (jonsequens, subsequens; zij werkt het willen niet alleen

x) de gratia Ohristi 24.

2) de corr. et gr. 12.

3) de praed. sanct. 8.

4) de spir. et litt. 30 cf. 33. 34. de gratia et lib. arb. de civ. Dei XIV 11. c. duas ep. Pelag I 2.

5) de spir. et litt. 34.

6) de spir. et litt. 34.

Sluiten