Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar ook het werken en het volbrengen. Zonder Christus kunnen wij niets doen; en daarom, ut incipiamus, dictum est: misericordia ejus praeveniet me, ut perficiamus, dictum est: misericordia ejus subsequetur me x). Het is God, die den wil praeparat et cooperando in nobis perficit quod operando incipit, qua ipse ut velimus operatur incipiens, qui volentibus cooperatur perficiens. Ut ergo velimus, sine nobis operatur; cum autem volumus, et sic volumus ut faciamus, nobiscum cooperatur; tarnen sine illo vel operante ut velimus vel cooperante cum volumus, ad bona pietatis opera nihil valemus 2). Volentem subsequitur ne frustra velit 3). En die genade is niet tot enkele, maar tot alle goede daden van noode; voluntas hominis Dei gratia ad omne bonum actionis, sermonis, cogitationis adjuvatur 4). Objectief en subjectief is het werk der zaligheid van het begin tot het einde een werk van Gods genade en van zijne genade alleen 5).

Het pelagianisme werd veroordeeld op de Synode te Carthago 418, wier canones door paus Zosimus en later door Coelestinus I werden goedgekeurd, voorts op het concilie te Efeze 431 en op de synode te Orange 529; op deze laatste synode werd ook het semipelagianisme verworpen en hare canones werden door Bonifacius II bekrachtigd 6). Hierdoor werd het kerkelijke leer, dat de gansche mensch door Adams zonde bedorven is, en dat beide, initium en augmentum fidei, te danken zijn niet aan onszelven, aan onze natuurlijke krachten, maar aan de genade Gods, die ons niet alleen leert wat wij te doen en te laten hebben, maar ons ook schenkt, ut quod faciendum cognoverimus, etiam facere diligamus atque valeamus 7); aan de infusio, operatio, inspiratio, illuminatio van den H. Geest in one, die onzen wil voorkomt, voorbereidt, van het ongeloof tot het geloof herstelt (corrigens), en ons doet willen en werken 8). De noodzakelijkheid der gratia

*) c. duas ep. Pelag. II 9.

^ de gratia et lib. arb. 17.

3) Enchir. 32.

4) c. duas ep. Pelag. II 5.

5) Wiggers, Aug. u. Pelag. I 244 v. Lutliardt, Die Lehre v. freien Willen 1863 bi. 30 v. Warfield, Two studies in the history of doctrine New-York 1897 bl. 127—139. Verg. vroeger reeds deel II 358 v.

6) Denzinger, Enchir. symb. et defin. n. 64 v.

Denzinger, t. a. p. n. 68.

8) Denzinger, t. a. p. n. 147 v.

Sluiten