Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

interna, praeveniens wercl sedert door allen geleerd. Ook de synode te Chiersy 853, die Gottschalk veroordeelde, beleed: habe-

mus liberum arbitrium ad bonum, praeventum et adjutum gratia

gratia liberatum et de corrupto sanatum '), evenals Rabanus zeide, dat God Spiritu Sancto intus regit et zelo spiritali foris confortat 2). De scholastiek wandelde in ditzelfde spoor. Lombardus zegt, dat de mensch door de zonde de wilsvrijheid verloren heeft, en dat hij non valet erigi ad bonum efficaciter volendum vel opere implendum, nisi per gratiam liberetur et adjuvetur: liberetur quidem, ut velit, et adjuvetur, ut perficiat3) Het verschil tusschen de gratia operans en de gratia cooperans bestaat dus, evenals bij Augustinus, daarin, dat gene praevenit voluntatem bonam; ea enim liberatur et praeparatur hominis voluntas, ut sit bona, bonumque efficaciter velit. Maar de gratia cooperans voluntatem jam bonam sequitur adjuvando 4). Volgens Thomas kan de mensch zonder genade wel allerlei natuurlijk goede dingen doen 5), maar hij heeft genade noodig, ut sanetur et ut bonum supernaturalis virtutis operetur, om God lief te hebben, om de wet te onderhouden, om het eeuwige leven te verwerven, om zichzelven voor de genade der rechtvaardigmaking voor te bereiden, om uit de zonden op te staan, om te kunnen niet-zondigen, en hij heeft telkens nieuwe genade noodig, om het goede te kennen en te doen, en daarin te volharden 6). En evenzoo stelde Trente vast, dat de volwassenen, om zich voor te bereiden voor de genade der rechtvaardigmaking, de gratia praeveniens van noode hebben, zoodat zij, qui per peccata a Deo aversi erant, per ejus excitantem atque adjuvantem gratiam ad convertendum se ad suam ipsorum justificationem.... disponentur 7). Rome leert dus beslist de noodzakelijkheid der gratia praeveniens (actualis, excitans) en verwerpt alzoo het pelagianisme en het semipelagianisme, dat het initium en augmentum fidei aan de krachten van den

natuurlijken mensch toeschreef.

Nu kan er wel gevraagd worden, of Rome onder die gratia prae-

') Denzinger, t. a. p. n. 280.

2) Bij Weiszcicker, Jahrb. f. d. Theol. 1859 bl. 545.

■) Lombardus, Sent. II dist. 25, 16.

■>) Lombardus, t. a. p. dist. 26, 1, en voorts comm. op Ef. 2 : 4—10. Rom. 5 :1, 2. 6 :23 enz.

5) Thomas, S. Theol. II. 1 qu. 109 art. 1 en 2.

®) Thomas, t. a. p. art. 2—10. i) Conc. Trid. VI 5.

Sluiten