Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog veelszins onhelder en met allerlei andere, middeleeuwsche en Roomsche elementen verbonden. Het werd echter verdiept en verhelderd door het onderricht van Staupitz, door de kennismaking met de mystieke geschriften, vooral met „die deutsche Theologie", door de voortgezette studie van Paulus en Augustinus 1), en kwam dan in zijne voorlezingen over den brief aan de Romeinen van het jaar 1515 reeds veel duidelijker tot uitdrukking. Het was Luthers eigene godsdienstig-zedelijke ervaring, welke hem over de grondbegrippen van het Evangelie: gerechtigheid, rechtvaardigmaking, genade, geloof, bekeering, goede werken, een nieuw verrassend licht deed opgaan en ze hem in een gansch anderen zin deed verstaan, dan die er in de Roomsche leer en vroomheid aan gehecht werd. Dat dit nieuwe inzicht in het Evangelie hem in strijd met Rome's kerk en paus zou brengen, besefte hij toen nog ganschelijk niet. Maar wel merkte hij meer en meer allerlei misstanden op en drong hij reeds sedert 1512 en vooral in Sept. 1517 in zijne disputatio contra scholasticam theologiam op hervorming van de theologische studie, op verwerping der scholastiek en op onderzoek der Heilige Schriften aan.

Het conflict brak eerst uit, toen Tetzel in dienst van den aartsbisschop van Mainz met zijn aflaathandel in de diocesen van Halberstadt en Maagdeburg optrad en groote scharen volks tot zich trok. Hij predikte, geheel naar de leer der Roomsche kerk, dat ieder boeteling een deel of het geheel van de hem opgelegde kerkelijke straffen afkoopen en bepaalde genaden zich verwerven kon door het verrichten van eene of andere goede daad (bijv. door eene bedevaart, door eene gave voor kerkbouw, door deelneming aan een kruistocht, door het uitrusten van een kruisvaarder of ook veel eenvoudiger en gemakkelijker door het afleggen van de biecht en het storten van eene grootere of kleinere somme gelds). En niet alleen kon men door het koopen van zulk een aflaat zichzelven van kerkelijke straffen vrijkoopen, maar ook kon men er bloedverwanten en vrienden in het vagevuur mede te hulp komen, en

x) Hermann Bar ge schreef eene biographie over Andreas Bodenstein von Karlstadt. 2 Bde. Leipzig 1905, en stelde dezen daarin voor als een oorspronkelijken, zelfstandigen geest, van wien Luther in vele opzichten afhankelijk was, maar die onbillijk door hem behandeld werd. Deze voorstelling is echter volgens anderen overdreven en eenzijdig, Ferd. Cohrs, Theol. Lit. Zeitung 1908 n. 14. Scheel, Individualismus und Gemeinschaftsleben in der Auseinandersetzung Luthers mit Karlstadt 1524—1525, Zeits. f. Th. u. K. 1907 bl. 352—375.

Sluiten