Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er hun straf door verkorten en verlichten; al heeft Tetzel de woorden niet precies zoo gebezigd, hij was toch feitelijk de stelling toegedaan: sobald das Geld im Kasten klingt, die Seele aus dem Fegfeuer springt 1). In zijne prediking kwam het duidelijk uit, dat de aflaat allengs door de pausen verlaagd was tot een handelsartikel, dat door bemiddeling van bankiers als de F liggers aan den man gebracht werd, om der goê gemeente het gelduit den zak te kloppen.

Maar tegelijk openbaarde zich daarin de verderfelijke richting van het Roomsche systeem, want de aflaathandel was geen uitwas of misbruik, maar eene regelrechte consequentie van de nomistische verbastering van het Evangelie. 2) Als de Reformatie bij Luthers protest tegen dezen aflaathandel haar aanvang neemt, dan bewijst zij daarmede haar religieuzen oorsprong en haar evangelisch karakter. Er was daarbij niets minder dan het wezen van het Evangelie, de kern van het Christendom, de ware aard der godsvrucht in het spel. En Luther was de man, die, door de ervaring in zijn eigen zieleleven geleid, het Evangelie van Christus wederom in zijne oorspronkelijke en eigenlijke meening deed verstaan. Evenals de justitia Dei, zoo was ook de poenitentia voor hem een van de bitterste woorden der H. Schrift geweest. Maar toen hij uit Rom. 1:17 de justitia es fide leerde kennen, toen leerde hij ook den modus vere poenitendi verstaan; toen begreep hij, dat het in Mt. 4:17 geëischte fieravosiv niets met de satisfactio operis in het Roomsche biechtinstituut te maken had, maar in het transmentari, in vera contritio interior bestond en met al hare vruchten eene vrucht der genade was 3). In het eerste zevental van zijne vijfennegentig stellingen, en voorts in zijn Sermon von Ablass und Gnade, Febr. 1518, Sermo de poenitentia, Maart 1518, en Sermon vom Sakrament der Busse, 1519, zette hij deze beteekenis der boete of bekeering uiteen en ontwikkelde hij de heerlijke gedachte, dat het voornaamste stuk der boete ' niet bestaat in de private biecht, waar de Schrift niet van weet, noch in de genoegdoening, want God vergeeft de zonden om niet; maar in een waarachtig leedwezen over de zonden, in een ernstig voornemen, om Christus1 kruis te dragen, in een nieuw leven, en in het woord der absolutie, d. i. het woord der genade

') H. Boehtner, t. a. p. bl. 42 v.

2) Alleropmerkelijkst zijn de punten van overeenkomst tusschen het Roomsche en het boven bl. 558 v. beschreven Joodsche nomisme. Verg. Fiebig, Judentum und Katholizismus, Die Studierstube Dez. 1905 bl. 715—726.

3) Loofs, Dogmengesch.4 bl. 687. 688. 697. 717 v.

Sluiten