Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

versio, waarin alle twijfel en aarzeling bij hem overwonnen werd en hij zich onvoorwaardelijk en volkomen aan Gods wil overgaf; hij werd gehoorzaam en stelde zich in Gods weg. Zijn overgang bestond dus vooral daarin, dat hij gehoorzaamheid leerde aan wat hij reeds lang als Gods wil had leeren kennen; het nieuwe lag voor hem niet zoozeer in eene plotselinge ervaring van genade en verlossing, als wel in het vaste besluit en de besliste daad der gehoorzaamheid aan Gods wil.

Vandaar dat het er Calvijn niet om te doen is, om eene bekeeringstheorie op te stellen, maar veelmeer om een antwoord te geven op de vraag, worauf der Wiedergeborene, obwohl er sich als Sünder weiss, seine Geltung, sein acceptum esse, vor Gott grimden soll1). Calvijn kent daarom wel, evenals Luther, eene poenitentia vóór het geloof, die in verbreking des harten en verootmoediging voor Gods aangezicht bestaat; er zijn velen, die conscientiae pavoribus ante domantur vel formantur ad obsequium, quam imbuti fuerint cognitione gratiae, imo eam gustaverint. Maar dit is slechts initialis timor, legalis poenitentia, die niet onfeilbaar zeker tot het geloof leidt; ook wil Calvijn niet aanwijzen, quam varie nos Christus ad se trahat vel praeparet ad pietatis studium; en hij verwerpt uitdrukkelijk de leer van vele Anabaptisten, volgens welke de neophyten zich eerst eenige dagen in de poenitentia moeten oefenen, om daarna in de gemeenschap der genade te worden opgenomen. Bij Calvijn valt op eene andere poenitentia de nadruk, n.1. op die, welke uit het geloof voortvloeit, alleen in de gemeenschap met Christus mogelijk is, heel het leven doorgaat en in mortificatio en vivificatio bestaat; utrumque ex Christi participatione nobis contingit2).

Nu kende ook Luther deze poenitentia wel; ook hij wist, dat de echte contritio den amor justitiae onderstelt en in de weldaden van Christus haar oorsprong heeft. Maar hij hield daarnaast toch steeds de noodzakelijkheid der voorafgaande wetsprediking en zoogenoemde contritio passiva vast en noemde den terror comminationis het eerste moment in de bekeering3). Melanchton ging hierop nog verder door; in de nieuwe bewerking der visitatie-artikelen van 1528 gaf hij aan deze aan het geloof voorafgaande con-

1) Loofs, Dogmengesch.4 bl. 885.

2) Calvijn, Inst. III 3, 2, 9.

3) Bij Loofs, Dogmengesch.4 719. 720. 790.

Sluiten