Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

riger het religieuze en het ethische leven, en won voor dit laatste een eigen terrein.

Eindelijk, in de vijfde plaats, wijl de poenitentia opgenomen werd in het Christelijk leven, kon Calvijn ook de actieve zijde daarin tot haar recht doen komen. Dit viel den Lutherschen moeilijk, wijl de contritio den aanvang van het nieuwe leven vormde, en dus, bij belijdenis van de onmacht der menschen, volstrekt passief opgevat, of, bij verzwakking daarvan, het synergisme moest aangenomen worden. Maar Calvijn kon dit vermijden, doordat hij van de insitio in Christum uitging en nu in de poenitentia met den wedergeboren mensch te doen had, die in de kracht Gods zichzelf bekeeren, de zonde bestrijden en den wil Gods volbrengen moest. Die wil was begrepen in de wet. Wijl Luther de wet schier uitsluitend had leeren kennen in hare verdoemende kracht, achtte hij den geloovige daarvan volkomen bevrijd en hield hij voor haar tertius usus geene plaats open *). Maar Calvijn schreef aan de wet ook eene normatieve beteekenis voor het zedelijk leven toe, en ontleende aan den wil Gods den prikkel, om tot het doen van goede werken aan te sporen. De heiligmaking is evengoed eene weldaad van Christus als de rechtvaardigmaking; wijl de goede werken, waarin de geloovigen wandelen moeten, door God in Christus voorbereid zijn, kan het geloof bij de vergeving der zonden niet blijven staan, maar strekt het zich uit naar de volmaaktheid, die in Christus is, zoekt het zich uit de werken als uit zijne vruchten te bevestigen, gordt het aan met den moed en de kracht, om niet alleen met Christus in gemeenschap te leven, maar ook om onder Hem als Koning tegen zonde, wereld en vleesch te strijden en alles dienstbaar te maken aan de eere van Gods naam.

Wijl de poenitentia echter twee deelen heeft, mortificatio en vivificatio, kan de Gereformeerde theologie nu eens meer op de eerste en dan meer op de tweede den nadruk leggen. Er is zelfs verschil over, welke van beide bij Calvijn het zwaarste weegt2). Maar een beginsel is hierbij op zichzelf niet in het spel; al naar gelang de personen, de tijden, de omstandigheden verschillen, treedt de negatieve of de positieve zijde uan het Christelijk leven op den voorgrond. Het zedelijk leven van den Christen heeft in het geloof

1) Bij Loofs, t. a. p. bl. 777.

2) Sohulze en Troeltscli bijv. staan hier in de beoordeeling van Calvijns ethiek lijnrecht tegenover elkander, Stralvtmann, t. a. p. bl. 188.

Sluiten