Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene buitengewone werking der goddelijke genade tot eene hoogere kennis van en eene inniger gemeenschap met God door te dringen, dan die voor den gewonen geloovige is weggelegd. De practische, empirische mystiek zoekt deze door middel van allerlei oefeningen te verkrijgen; de theoretische, speculatieve mystiek, die dikwerf met gene gepaard gaat, maar er toch van onderscheiden is, maakt van die oefeningen studie en tracht de ervaringen en inzichten, die daardoor verkregen worden, in systeem te brengen. In aansluiting bij Plato, Philo en Plotinus worden dan sedert PseudoDionysius vooral drie trappen in het mystische leven onderscheiden: xcc&ctQöig (via purgativa, ascese), (f oma/iog (via illuminativa, meditatio) en ènomsia (via unitiva, contemplativa, extase). De purgatio bestaat daarin, dat de ziel zich door gebed, boete, gebruik der sacramenten, onthouding, zelfkastijding enz. van de zonde reinigt en van al het aardsche zich terugtrekt. Op den tweeden trap concentreert de ziel zich met al haar denken en willen op één bepaald punt, bijv. op het lijden van Christus, op zijne wonden, op de hemelsche zaligheid, op de liefde of de heiligheid Gods. Op den derden trap wordt de ziel dan ten innigste vereenigd en als het ware vereenzelvigd met het voorwerp, waaraan zij door meditatie ten volle zich overgaf; zij geraakt dan in een toestand, die volgens alle mystici eigenlijk voor geene beschrijving vatbaar is en daarom met verschillende namen aangeduid wordt (contemplatio seraphica, unio mystica, sponsalitium, osculum mysticum, transformatio passiva, somnus, mors, annihilatio mystica, sepulcrum animae enz.) 1).

Lijnrecht tegenover deze mystische richting staat het rationalisme, dat in den nieuweren tijd door het Socinianisme en het Remonstrantisme voorbereid werd, en dan in de achttiende eeuw de heerschappij over de geesten verkreeg. Het ziet in Christus niet meer dan een profeet en leeraar, die de waarheid Gods verkondigd en met zijn leven en dood bezegeld heeft; door Hem na te volgen, wordt de wel door de zonde verzwakte, maar niet machtelooze mensch de zaligheid deelachtig. De roeping, welke in het

^ Zeiler, Philos. d. Griechen V 599 v. Pseudo-Dionysius Areopagita, de mystica theologia (cf. H. Koch, Pseudo-Dion. Areop. in seinen Beziehungen z. Neuplatonismus u. Mysterienwesen 1900). Thomas, S. Theol. II 2 qu. 179 v. Görres, Die Christ. Mystik. Regensburg 1836 y. Weiss, Apol. d. Christ. V 3. Freiburg 1898. Hollaz, Ex. theol. bl. 208—796. 821. Voetius, Exerc. pietatis bl. 56 v. Erbkam, Geech. d. protest. Sekten bl. 52 v. Art. Theologie. Art. Mystik in Buchberger's Kirchl. Handlex. II 1068. Verg. ook reeds deel I 140 v.

Sluiten