Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor ons niet meer geldt en door eene „nieuwe wet" vervangen is, legden juist de anti-neonomianen er den nadruk op, dat de zedewet naar haar wezen eeuwig is, in Gods natuur is gegrond, door Christus volkomen in onze plaats is vervuld, en nu nog altijd geldt als regel van ons leven 1). Een soortgelijk geschil ontstond in Schotland naar aanleiding van de nieuwe editie in 1718 van Edward Fischer's in 1647 in het licht gegeven Marrow of modern divinity. De twist was ten deele van formeelen aard, voorzoover ze liep over de vraag, of sommige antinomiaansche dwalingen in dit boek werden geleerd, maar ze raakte toch ook de diepere quaestie van het neonomianisme, dat in de vorige eeuw in Engeland opkwam en nu ook in Schotland doordrong. De bestrijders van de „Marrow", zooals Principal Hadow van St. Andrews, waren over het algemeen nog gezond in de leer, maar gingen dikwerf in hunne bestrijding te ver, helden dan tot het neonomianisme over en bereidden zoo de arminiaansche of half sociniaansche richting voor, welke in de achttiende eeuw ook in de Schotsche theologie de overhand verkreeg2). Evenzoo had de loochening van de onmiddellijke toerekening bij Adam en Christus door Jonathan Edwards ten gevolge, dat de New-England theologie in Amerika meer en meer geleid werd in de lijn van Placaeus 3).

x) De voornaamste anti-neonomianen waren: John Eaton, The honeycombe of free justification by Ohrist alone. London 1642. William Eyre, Vindiciae justifi•cationis gratuitae 1654. Tobias Crisp, Christ alone exalted 1643, edited with notes bij Dr. Gill 1755. Jolin Sallmarsh, Free grace 1645. Samuel Crisp, Christ made sin 1691. Thomas Tully, Justificatio Paulina, sine operibus, ex mente ecclesiae Anglicanae omniumque reliquarum Reform, contra nuperos novatores. Oxford 1677. Isaac Cliauncy, Neonomianism unmasked or the ancient gospel pleaded against the new law or gospel 1692. Id., Alexipharmacon, a fresh antidote against neonomian bane 1700. Verg. verder over dezen neom. en antineonom. strijd: Witsius, Misc. Sacr II 753 v. Hoornbeek, Summa Controv. 1653 bl. 701 v. De Moor, Comm. IV 835. Vitringa, Doctr. III296. Pfaff, Hist. theol. litt. bl. 257 v. Walch, Bibl. theol. sel. II 1069. Id., Einl. in die Eeligionsstreit. auss. d. luth. K. 111 999. James Buchanan, The doctrine of justification, lect. 6 en 7.

-) Verg. reeds deel I 190, boven bl. 522 en voorts Buchanan, The doctrine ■of justification bl. 182 v. In de achttiende eeuw kwam er tegen het veldwinnend neonomisme nog verzet van den kant van John Glass, Testimony of the king of martyrs 1729 en van zijn schoonzoon Robert Sandeman, Letters on Theron .and Aspasio 1757 (naar wien de kleine groep van volgelingen Sandemanians genoemd worden), maar zij sloegen tot een ander' uiterste over en sloten, om het geloof zuiver te houden, daarvan alle vertrouwen en zekerheid uit en lieten het ■daarom alleen bestaan in eene verstandelijke toestemming, Buchanan, t. a. p. bl. 188.

3) Verg. boven bl. 89.

Sluiten