Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de stroom was niet meer te keeren. Zelfs de hoogleeraren J. van den Honert en J. J. Schultens te Leiden verhieven tegen deze restauratie van de G-ereformeerde belijdenis hunne stem, ontkenden de onmiddellijke toerekening van de gerechtigheid van Christus en lieten in de heilsorde het geloof aan de rechtvaardigmaking voorafgaan x). De predikant van Voorburg, David Kleman, was tolk van den nieuwen geest, als hij een zoodanig door G-ods wijsheid en goedheid gelegd verband aannam tusschen 's menschen zedelijke handelingen en de bovennatuurlijke mededeeling des geloofs, dat allen, die een behoorlijk gebruik maken van hunne door het zedelijk onderwijs des Evangelies verbeterde natuurkrachten en zich ernstig stellen in den weg van den plicht, zeker staat kunnen maken op de verkrijging van G-ods bovennatuurlijke genade 2).

422. Daarnaast trad het neonomisme ook in een piëtistischen vorm op en maakte dan, wel niet geloof en gehoorzaamheid, maar toch geloof en bevinding tot conditie der rechtvaardigmaking. Van den beginne af was er iu de Gereformeerde kerk en theologie eene practische richting, die wars was van alle scholastiek en allen nadruk legde op het leven. Zij werd vooral gesteund en bevorderd door den wijsgeer Petrus Ramus, die een sterk bestrijder van Aristoteles was, in de philosophie meer eenvoud verlangde en de theologie omschreef als doctrina bene vivendi, wier doel niet is notitia rerum sed usus et exercitatio 3). Deze opvatting vond bij

Honert een zeer ongunstig oordeel velde, werd de voortzetting door de Staten van Holland verboden. Tot deze groep behoorde ook de Vlissingsche predikant J. J. Brahe, Godg. stellingen over de leer der rechtvaardigmaking. Nieuwe uitgave met voorrede van A. Capadose. Amsterdam 1833. Id„ Aanmerkingen over de vijf Walchersche artikelen. Middelburg 1758. Hiertegen gaf Petrus Boddaert in het licht: Wolk van getuigen voor de leere der rechtvaardiginge door en uit het geloove enz., cf. De Moor, Comm. IV 668.

x) J. van den Honert's Verhandeling van de rechtvaerdiging des sondaars uyt en door het geloove, was tegen de in de vorige noot genoemde verhandeling van Holtius gericht. J. J. Schultens schreef eene Uitvoerige Waerschuwing op verscheiden stukken der Kategismusverklaaringe van Alex. Comrie 1755. Met hen behoorden ook Alberti, Yenema, Hollebeek, Chevallier e. a. tot de zoogenaamde Toleranten.

2) D. Kleman, De orde des heils, volgens welke God aan bijzondere menschen zijne zaligmakende genade schenkt, of het verband tusschen genade en pligt 1774.

3) Verg. over Ramus: Tideman, in Stud. en Bijdr. op het gebied der hist. theologie door Moll en De Hoop Scheffer III 1876 bl. 389—429. Lobstein, Petrus

Geref. Dogmatiek III. 39

Sluiten