Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was hierin zoo consequent, dat hij het Ding an sich geheel en al opruimde, en het weten volkomen ondergeschikt maakte aan het doen. In den aanvang was niet het woord, maar de daad. Het ik (of zelfbewustzijn) is zelfs zijn eigen product, en het niet-ik (de wereld als voorstelling) wordt door het Ik geponeerd. Er is niets dan het Ik ; das Ich ist Alles. Zelfbepaling is het wezen en vrijheid de bestemming van den mensch. "Wie door de wereld zich laat bepalen, is een slaaf, maar wie zichzelf bepaalt, is een heer, een koning, een souverein. Zoo is dus ook de verlossing des menschen eigen daad, hij wordt haar deelachtig in den weg van het strebend sich bemühen. En de eenige les, die hij in practijk te brengen heeft, luidt: poneer u zelf, word u zelf bewust, wil zelfstandig zijn, maak u vrij! J). Maar dit was niet het laatste woord, dat Fichte sprak. De beschuldiging van atheïsme, welke in 1799 tegen hem ingebracht werd, had ten gevolge dat hij Jena verlaten moest, te Berlijn in een anderen kring van mannen en vrouwen kwam, en in de religie een dieperen blik sloeg, dan ooit te voren. Zijne philosophie ontwikkelde zich daardoor in eene andere richting en nam eene andere gedaante aan; tot dusver had hij voortdurend het zoogenaamde obscurantisme bestreden, van nu voortaan keerde hij zich tegen het platte rationalisme der „Aufklarung" ; hij verwijdert zich van Nicolai en nadert de romantiek en Schleiermacher en Spinoza. Zijne philosophie schreed tot dusver voort van het practische tot het theoretische, en vandaar tot het zedelijke en het religieuze Ik; maar als ze daar is aangekomen, neemt zij in de religie positie en tracht van daaruit te ontwerpen eene gansche, religieuze wereld- en levensbeschouwing. Hij klom eerst tot God op, om nu van God uit te gaan. Uit het willen drong hij door tot het zijn, om nu van dat zijn uit de gansche wereld te bezien ; de wetenschapsleer werd godsdienstleer.

Zoo verandert nu ook de roeping en bestemming van den mensch. Deze werd tot dusver in het zedelijk handelen, in de vrijheid gesteld, maar thans verklaart Fichte, dat de zekerheid, dat het zedelijke taak en doel van den mensch en tevens doel van de wereld is, wortelt en alleen wortelen kan in het religieus geloof. Alle overtuiging van de realiteit der zedelijke en ook der zinnelijke wereld is een zaak des geloofs, en komt niet uit het verstand, maar uit het hart voort; alle waarheid ontspringt uit het geloof, uit het geweten, uit de gezindheid; wir werden alle im Glauben geboren. Als

!) Kuno Fischer, J. G. Fichte und seine Anhanger 2. München 1884 bl. 432.

Sluiten