Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mensch tot dit inzicht gekomen is, dan erkent hij, dat God, dien hij het laatste vond, het eerste van alles is ; het doel der wereld is de grond der wereld ; God en mensch zijn eenwiglijk één. Maar die eenheid, die het fundament is, wordt door het zelfbewustzijn (het weten), dat altijd tusschen subject en object scheiding maakt, tijdelijk verbroken, opdat de mensch weder door de tweespalt heen de vereeniging zoeke. Wat eeuwig in wezen één was, moet aan het einde weder, door de scheiding heen, tot vereeniging komen. Niet doen en handelen, niet zelfstandigheid en vrijheid, maar leven in God, rusten en genieten in zijne gemeenschap, de amor intellectualis, gelijk Spinoza het noemde, is de bestemming van den mensch. Dat is het hoogste, het zalige en eeuwige leven.

Deze gedachte meende Fichte terug te vinden in het Christendom, meer bepaald in het Evangelie van Johannes. Naar zijne meening was de eeuwige eenheid van het goddelijke en menschelijke het innerlijkste wezen van alle religie en als zoodanig ook aanschouwelijk in den persoon van Christus ons voor oogen gesteld. Nooit heeft iemand vóór Hem deze waarheid zoo erkend en uitgesproken, en na Hem worden allen deze waarheid, deze vereeniging met God, deze zaligheid alleen door Hem deelachtig. Wel is waar ligt het zaligmakende niet in het historisch geloof, want „nur das Metaphysische, keineswegs aber das Historische macht selig"; maar wanneer de Christelijke leer goed wordt verstaan, is ze toch absoluut waar en absoluut nieuw. Zij doet ons het rijk Gods kennen als de waarachtige wereld, welke God eeuwiglijk wil en in de historie realiseert. Als de mensch dezen wil tot den zijnen maakt, vindt hij het eeuwige leven. En hij neemt dien wil Gods in den zijnen op, als hij door innerlijke wedergeboorte zyn eigen wil sterven doet. Er is maar eene heilsorde' de zelfvernietiging en zelfverloochening; maar één weg tot de zaligheid : de dood der „Selbstheit", de dood met Jezus, de wedergeboorte. Hij was van nature, wat wij naar zijn voorbeeld in vrijheid worden moeten: de geborene zoon van God. Zijne historische verschijning is dus eene eeawig geldige historische waarheid. Het dogma heeft haar in een reeks metaphysische stellingen gehuld, maar de Heilige Geest, dien Christus ons beloofd heeft, leidt in alle waarheid, en arbeidt aan de voltooiing van dat rijk, hetwelk het rijk Gods en het Vernunftreich tevens is 1).

i) zie voor de boven gegeven schets vooral: Fichte's Bestimmung des Menschen. Berlin 1800 en zijne Anweisung zum seligen Leben oder die Keligionslehre. In Vorlesungen gehalten zu Berlin 1806.

Sluiten