Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die niet een leeraar of martelaar, maar als het ware de incorporatie dezer idee is, de Zone Gods, die aan zijne eenheid met God trouw bleef tot in den dood toe en de menschelijke natuur tot het zitten aan Gods rechterhand verhoogd heeft. Christus is daarom de Godmensch, zijn dood het middelpunt der verzoening, want zijn dood was de dood des doods, de negatie der negatie, en leidde dus tot opstanding en hemelvaart. God nam in Christus die Endlichkeit met hare uiterste spits, het booze, aan, om het te dooden door zijn dood. Es ist die unendliche Liebe, dass Gott sich mit dem ihm Fremden identisch gesetzt had, um es zu tödten. Met dien dood vangt dan ook de omkeering des bewustzijns aan ; daarmede begint eine neue "Welt, eine neue Religion, eine neue Wirklichkeit, ein anderer Weltzustand.

Op dezen grondslag is de gemeente gebouwd; door het geloof is zij zeker, dat God en mensch een zijn, dat de eindigheid, de zwakheid, de gebrekkigheid der menschelijke natuur niet onvereenigbaar is met deze eenheid. Die Grundbestimmung in diesem Reich Gottes ist die Gegenwart Gottes, so, dass den Mitgliedern dieses Reiches nicht nur empfohlen wird die Liebe zu Menschen, sondern das Bewustsein, das Gott die Liebe ist. Tot deze zekerheid komt de enkele mensch niet door redeneering of bewijzen van wonderen enz., ook niet door moraliteit of zedelijkheid, maar door het geloof, door das Zeugnis des Geistes, der innewohnenden Idee des Geistes an sich selbst. Dit getuigenis heeft echter niet betrekking op de uitwendige geschiedenis, die voorbijgaat en verdwijnen moet, maar op de idee, dat God en mensch één zijn, en dat deze waarheid op historische wijze in Christus zich gerealiseerd heeft en geopenbaard is. Het geloof moge dus bij de zinnelijke zijde zijn aanvang nemen, maar het dringt toch door tot de idee en moet geheel en al geestelijk worden. Der wahrhaft christliche Glaubensinhalt ist zu rechtfertigen durch die Philosophie, nicht durch die Geschichte. Nu is aan de kerk, in onderscheiding van de gemeente, de taak toebetrouwd, om hare leden op te voeden en tot de waarheid in te leiden. Zij is zich daarvan ook bewust blijkens den kinderdoop. Daarin spreekt zij uit, dat de kinderen niet in ellende, maar in de gemeenschap der kerk geboren worden, en dat zij, de waarheid eerst ontvangende op autoriteit, haar langzamerhand zich toeeigenen moeten. Ze zijn in de vrijheid en tot de vrijheid geboren ; ze hebben geene wedergeboorte en bekeering te doorleven als anderen, die van buiten tot de gemeente komen, maar mogen uitgaan van de

Sluiten