Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedachte, dat God verzoend is, dat het booze overwonnen is en dat de Geest Gods, die door het geloof ook hnn Geest is, in en door hen tegen de zonde strijdt. In het avondmaal, dat het middelpunt der Christelijke leer is en daarom zoo verschillend opgevat wordt, zien de geloovigen op zinnelijke, aanschouwelijke wijze de verzoening met God en de inwoning des Geestes in hunne harten zich voor de oogen gesteld ').

425. In de philosophie, die na de Aufklarung opkwam en met Kant een aanvang nam, is dit ten hoogste merkwaardig, dat zij wederom aansluiting bij het Christendom zocht en de religieuze waarheden daarvan weder in haar stelsel trachtte op te nemen. Voor het platte rationalisme had het Christendom afgedaan; de mensch had aan zijn verlicht verstand en vrijen wil genoeg, om de zaligheid te verwerven; voor eene openbaring van genade bleef geene plaats meer over. Maar de philosophie kwam niet bij een enkele, doch in al haar groote tolken op dit oppervlakkig oordeel terug; zij sloeg een dieperen blik in natuur en geschiedenis, in mensch en wereld, en zij sprak in een of anderen vorm de gedachte uit, dat verlossing van zonde en leed niet mogelijk was dan door eene daad Gods. Het booze was niet een toevallig verschijnsel, geene willekeurige, menschelijke handeling, maar het was een noodzakelijk element in het wereldproces; en zoo kon er ook geene verlossing van komen, dan doordat het in datzelfde wereldproces langzamerhand door eene goddelijke macht overwonnen en uitgebannen werd. De nieuwere wijsbegeerte kreeg bij Schelling en Hegel, evenals ook bij Schopenhauer en Yon Hartmann, het karakter van eene „Erlösungsphilosophie". Maar ofschoon de philosophie na Kant met ernst ernaar streefde, om aan de groote gedachten van het Christendom wederom recht te laten wedervaren 2), zij is daarin toch slechts zeer ten deele geslaagd. Dat is voor een voornaam stuk daaraan te wijten, dat zij het rationalisme slechts ten deele, meer in vorm dan in wezen, overwon. Hegel bijv. ziet uit de hoogte op de Aufklarung neer en spot met hare verstandsijdelheid; hij verdedigt tegenover haar het recht, om in de Chris-

') Zie vooral Hegel, Philos. der Religion, Werke XII bl. 204—228.

-) Eucken, Hauptprobleme der Religionsphilosophie der Gegenwart. Berlin 1907 bl. 109, zegt terecht: Es war keine blosse Konnivenz gegen bestehende Ordnungen, wenn fast alle grossen Denker der Neuzeit bei aller Selbstandigkeit ihrer Ueberzeugungen irgendwie ein positives Verhaltnis zum Christentum suchten, und wenn sie es gewöhnlich beim Kern ihrer Gedankenwelt suchten.

Sluiten