Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaraan deel krijgt, door zich bij de gemeente aan te sluiten. 5° Zij is van het subject volkomen onafhankelijk, sluit alle mystiek uit, en staat ook met de heiligmaking in geen verband. 6° Zij bedoelt niet, aan bet subject zekerheid des heils te verschaffen, maar is daarop gericht, dat de Christen zich in vertrouwen op God tegenover de wereld handhave *).

Deze bedenkingen waren lang de eenige niet, maar vormden slechts een onderdeel van die ernstige bezwaren, welke langzamerhand tegen de theologie van Ritschl en ook bepaald tegen zijne philosophie opkwamen. De tijden veranderden en daarmede de richting der geesten. Toen Ritschl optrad, werd algemeen van wetenschap en cultuur het grootste heil verwacht en ieder gordde zich met vertrouwen en moed tot den arbeid; en de theoloog van Göttingen kwam daaraan te gemoet, hij scheidde theologie en metaphysica, liet aan de wetenschap vrij spel en was voor de religie, zoowel in objectieven als in subjectieven zin, met eene kleine plaats tevreden; ja, hij maakte de religie aan de eultuur dienstbaar en ontleende aan haar het vertrouwen, om met moed den zedelijken arbeid ter hand te nemen en het Godsrijk op aarde tot stand te brengen. Maar de „Kulturseligkeit" maakte allengs plaats voor het inzicht, dat wetenschap en techniek, verstandelijke kennis en materiëele welvaart den vrede des harten niet schenken kunnen. Met den stoffelijken vooruitgang nam de geestelijke armoede toe. Het oog ontsloot zich toen weer voor de beperktheid der cultuur, en in verband daarmede voor de misstanden in de maatschappij, voor de gebreken in onderwijs en opvoeding, voor de ellende van het aardsche bestaan. Uit de kennis der ellende ontwaakte toen weer de behoefte aan religie en mystiek; moede van het doen, dorstte men weer naar het zijn. Zoo kwam de philosophie, de metaphysica, het idealisme weer in eere, en keerde men van Kant naar Hegel terug, of ruilde althans de leuze: „Zurück zu Kant", in voor die „Von Kant aus vorwarts". Te meer voelde men zich hiertoe gedrongen, omdat Ritschl zoo maar zonder bewijs in het historisch Christendom had positie genomen en van de persoonlijkheid van Jezus was uitgegaan, en de nieuwere onderzoekingen van de oudheid juist in het licht schenen te stellen, dat het Christendom eene syncretistische religie was. Waar kon men dan, bij het wegvallen van den his-

') Verg. Joh. Wendland, Albrecht Ritschl und seine Schiller. Berlin 1899 bl. 120—135.

Sluiten