Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den godsdienst, zooals dogma en cultus, aan de historische en philosophische wetenschap over. Zij beperkt zich voor zichzelve tot het onderzoek der religio subjectiva, tot de religieuze ervaring van het subject; en nog nader vestigt zij hare opmerkzaamheid niet zoozeer op de religieuze voorstellingen, als wel op de gevoelens, aandoeningen en hartstochten, die daarmede gepaard gaan of daardoor gewekt worden. Zij tracht deze verschijnselen eerst zoo nauwkeurig mogelijk te verzamelen, uit levensbeschrijvingen, brieven, gesprekken, uit antwoorden, die op bepaalde, voorgelegde vragen zijn ingekomen; vervolgens verwerkt zij dit materiaal door analyse, vergelijking en classificatie ; en eindelijk poogt zij uit het feitenmateriaal de wet af te leiden, welke de religieuze ontwikkeling beheerscht.

427. Op grond van zulke onderzoekingen geven sommige psychologen van de ontwikkeling van het religieuze leven in den individu ons nu reeds de volgende schets:

Bij het kind is er van een eigen zelfstandig godsdienstig leven noé? geen sprake. Evenals het menschelijk embryo in zijne ontwikkeling de verschillende stadiën van de aan de menschheid voorafgaande soorten van organische wezens doorloopt, zoo representeert de kindsheid den oorspronkelijken, den oudsten toestand van het menschelijk geslacht. De ontogonie is repetitie en recapitulatie van de phylogenie. Evenals de eerste menschen bij hunne evolutie uit lagere wezens langen tijd nog half dieren bleven, zoo is aan het kind ook nog een dierlijk leven eigen. Het treedt het leven in met wezenlijk dezelfde instincten, als die de dieren bezitten. De waarheid van de kerkelijke leer der erfzonde is daarin gelegen, dat in den mensch krachtens zijne herkomst het dier altijd nog naleeft en nawerkt. Het kind is daarom van nature zelfzuchtig, eigenzinnig, strijdlustig. Het brengt mede het rasinstinct van zelfbehoud, hetwelk zich openbaart in boosheid, gevoeligheid, jaloerschheid en dergelijke. Daarmede hangt saam, dat het kind ook in godsdienstig en zedelijk opzicht diezelfde zelfzucht openbaart; voor het kind bestaat de waarde van den godsdienst alleen in wat deze hem brengen en verschaffen kan. En wijl het geen zelfstandig inzicht heeft, is het kind lichtgeloovig; het neemt alles voor waarheid aan, wat het vertellen hoort. De godsdienst bestaat voor het kind grootendeels in voorschriften, in dogma's, door het gezag van ouders, kerk of Bijbel opgelegd; het gelooft op en leeft van gezag; de godsdienst

Sluiten