Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baart en gevoeld wordt, dat daar verborgen ideeën en krachten werken, dat Gods genade heenwerkt door „the subliminal door". Niet zonder reden noemt hij zich dan ook een supranaturalist, zij het ook in zeer gewijzigden zin.

Doch de kennis, welke James langs dezen weg, den weg van Schleiermacher en Schopenhaner, van het bovenzinlijke verkrijgt, is zeer gering. Zij komt hierop neer, dat de waarheid der religie door de psychologische studie alleen in zoover bewezen wordt, als er een „More" blijkt te bestaan, dan de wetenschap, die de verschijnselen onderzoekt, ons kennen doet. Zulk een „More" is objectief het wezenlijke in alle godsdiensten, evenals het daaraan beantwoordende gevoel in den mensch de kern van de subjectieve, religie uitmaakt. Natuurlijk heeft niemand aan zulk een „More" in den godsdienst genoeg; ieder kleedt het anders aan en interpreteert het op zijne wijze. Deze inkleedingen en verklaringen vormen den inhoud der „overbeliefs", die wel „absolutely indispensable" zijn, maar toch geen aanspraak kunnen maken op objectieve geldigheid. Ieder heeft dus en moet ook hebben zijn eigen godsdienst en zijn eigen God. „All ideals are matter of relation". Zelfs is het de vraag, of de religieuze ervaring wel de eenheid Gods bewijst of eischt. Want zij heeft geen behoefte aan eene absolute macht of aan een wezen met absolute, metaphysische eigenschappen, zooals onafhankelijkheid, eenvoudigheid, persoonlijkheid enz., want al zulke eigenschappen zijn ledige titels, steenen in plaats van brood, zij bieden „a metaphysical monster to our worship" aan. Alleen heeft de religie behoefte aan eene hoogere macht. Misschien ligt er daarom in het polytheïsme eene belangrijke waarheid. De oneindige verscheidenheid der wereld komt daarin beter tot haar recht.

Met dit resultaat van zijn onderzoek levert James zelf het bewijs, dat de psychologie der religie, ofschoon zij tot een beter verstaan van het religieuze leven belangrijke bijdragen kan leveren, toch nooit, evenmin als de historie der godsdiensten, de dogmatiek, de philosophie, de metaphysica vervangen of vergoeden kan. Zij leert ons wel, althans tot zekere hoogte, wat de religie is, hoe zij wortelt in en samenhangt met heel de menschelijke natuur, maar zij zegt ons niets over haar inhoud, over haar waarheid en haar recht. Daarom is het goed te begrijpen, dat James ten slotte toch weer op metaphysisch terrein overstapte en tot den mystieken achtergrond der religieuze verschijnselen de toevlucht nam. Want één

Sluiten