Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wedergeboorte (gelijk verlossing) worden door hem niet beschouwd als bepaalde momenten in het geestelijke leven van den Christen, maar die das ganze Christentum bedingende Heilsthat Gottes in Christus. De leer van het heilswerk van Christus moet allereerst ontwikkeld worden als de leer van wedergeboorte, rechtvaardiging en verkiezing. Wat in den persoon van Christus, bepaaldelijk in zijn dood en opstanding, gegeven is, vormt niet bloot eene objectieve onderstelling van het heil, maar is zelf de goddelijke heilsdaad der wedergeboorte en rechtvaardiging. Dit heil in Christus wordt nu overal verwerkelijkt, waar het woord van Christus geloof wekt en vindt; door dat geloof worden wij naar Gods wil voor Hem rechtvaardig en zalig 1). Dientengevolge worden de heilsweldaden alle in het werk van Christus besproken, en blijft voor de heilsorde alleen het geloof over. Kaftan vereenzelvigt dus de verlossing of wedergeboorte met de opstanding 2) en de rechtvaardiging of verzoening met de overgave in den dood van Christus 3). Beide zijn dus eigenlijk niet door Christus verworven, maar in zijn dood en opstanding geopenbaard 4), en komen nu in het woord door het geloof ons ten goede. Al is het nu volkomen juist, om tusschen het werk van Christus en de heilsweldaden een allernauwst verband te ^eggen) en beide voor geen enkel oogenblik en op geen enkel punt te scheiden, er is toch wel terdege onderscheid tusschen hetgeen Christus voor ons bij G-od deed en thans bij God voor ons doet, tusschen het werk in den staat zijner vernedering en dat in den staat zijner verhooging, tusschen de verwerving en de toepassing der zaligheid.

Ten derde kan op deze wijze alleen het werk des Heiligen Geestes in de zaliging des menschen tot zijn recht komen. Opmerkelijk maar tevens zeer begrijpelijk is het, dat de persoon en het werk des H. Geestes bij Kaftan in de heilsorde schier geheel wegvallen; alleen wordt gezegd, dat de Geest van God of Christus, evenals in de geschiedenis, zoo ook in het woord levende tegenwoordig is en daardoor op ons inwerkt 5). Nog minder komt de Geest van Christus tot zijn recht bij Herrmann en allen, die met Ritschl van mystiek in de religie afkeerig zijn; volgens Herrmann is het het beeld van Jezus, dat rechtstreeks op den mensch inwerken moet, om geloof

!) Kaftan, Dogm. 1897 bi. 499.

2) Kaftan, t. a. p. § 55.

3) Kaftan, t. a. p. § 56.

4) Kaftan, t. a. p. bl. 532. 536 enz.

5) Kaftan, t. a. p. bl. 592. 601. 624. 625.

Sluiten