Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in elk harer leden woont en ze vervult tot al de volheid Gods. Alle weldaden des heils, welke de Vader aan de gemeente van eeuwigheid heeft toegekend en de Zoon in den tijd heeft verworven, zijn tevens gaven des H. Geestes; door den Geest neemt Christus, en door Christus neemt de Vader zelf al zijne kinderen in zijne innigste gemeenschap op.

Ten vierde deelt de H. Geest al deze weldaden van Christus in eene bepaalde orde uit, omdat zij geen toevallig aggregaat zijn, maar onderling organisch samenhangen. Wie gelooft, zal zalig worden. Wedergeboorte is noodig, om het koninkrijk Gods in te gaan. Zonder geloof is het onmogelijk, Gode te behagen. Zonder heiligmaking zal niemand God zien. Wie volhardt ten einde toe, zal zalig worden. Men kan de volgende weldaden niet deelachtig worden, zonder de voorafgaande ontvangen te hebben. Daarom gaat de roeping, de prediking van het Evangelie, aan alle andere weldaden vooraf, want de H. Geest bindt zich in den regel aan het woord. Die roeping dient echter niet alleen, om bij den aanvang de nietgeloovenden te noodigen tot geloof en bekeering, maar ook, om bij den voortduur de geloovigen te vermanen en te waarschuwen, te leeren en te leiden. De verkondiging van het woord gaat altijd door, en blijft tot het einde des levens toe aandringen op het dooden van den ouden, en het aandoen van den nieuwen mensch. Zij verschilt dus naar gelang van de personen, tot wie, en de omstandigheden, in welke zij zich tot hen richt. Petrus sprak anders tot zijne hoorders op het Pinksterfeest en Paulus trad anders voor de Atheners op, dan zij in hunne brieven aan de gemeenten schrijven. Er is onderscheid tusschen de zendings- en de gemeenteprediking. Zelfs de bediening des woords in het midden der gemeente laat nu eens deze, en dan die waarheid meer op den voorgrond treden. Soms moet de staf der vertroosting, soms ook de roede der kastijding worden gehanteerd. Nu eens moet gebouwd, dan weder afgebroken worden. De troost van de beloften des genadeverbonds moet soms wisselen met de ernstige vermaning tot zelfonderzoek. Maar het is altijd hetzelfde rijke woord, waarvan de H. Geest zich bedient, om de gemeente te doen opwassen in de genade en kennis van Christus. En zelfs gebruikt Hij dat woord niet alleen bij de openbare bediening in de gemeente, maar ook in het huisgezin en de school, in toespraak en lectuur, in opvoeding en onderwijs. En deze roeping (uit- en inwendige) met de daaraan beantwoordende daden van geloof en bekeering (opkomende uit de wedergeboorte

Sluiten