Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in engeren zin) zijn als het ware de inleidende weldaden, waardoor men aan de volgende deel krijgt.

Ten vijfde, deze volgende weldaden kunnen in drie groepen worden ingedeeld. Zonde is schuld, smet, en ellende; ze was eene verbreking van werkverbond, een verlies van het beeld Gods, en eene onderwerping aan de heerschappij der verderfenis. Van alle drie heeft Christus ons verlost door zijn lijden, door zijne wetsvolbrenging en door zijne overwinning van den dood. Zoo bestaan de weldaden van Christus dus daarin, dat Hij onze rechte verhouding tot God en tot alle schepselen herstelt (vergeving der zonden, rechtvaardigmaking, reiniging der conscientie, aanneming tot kinderen, vrede bij God, Christelijke vrijheid enz.), voorts ons naar Gods beeld vernieuwt (wedergeboorte in ruimer zin, vernieuwing, herschepping, heiligmaking), en eindelijk ons bewaart voor de hemelsche erfenis en eens van alle lijden en dood ons verlost en de eeuwige zaligheid deelachtig maakt (bewaring, volharding, heerlijkmaking). De eerste groep van weldaden wordt ons geschonken door de verlichting des H. Geestes, wordt onzerzijds aangenomen in het geloof, verandert ons bewustzijn en maakt onze conscientie vrij. De tweede groep van weldaden wordt ons deel door de wederbarende werkzaamheid des H. Geestes, vernieuwt ons zijn en verlost ons van de macht der zonde. De derde groep Van weldaden komt ons toe door de bewarende, leidende en verzegelende werkzaamheid des H. Geestes als onderpand onzer volkomene verlossing, en ontrukt ons naar ziel en lichaam aan de heerschappij van ellende en dood. De eerste groep van weldaden zalft ons weer tot profeten, de tweede tot priesters, de derde tot koningen. Bij de eerste is ons oog vooral naar het verleden gericht, naar den historischen Christus, naar het kruis op Golgotha, waar onze zonde werd verzoend; bij de tweede is onze blik naar boven geslagen, naar den levenden Heer in den hemel, die als hoogepriester gezeten is aan de rechterhand der majesteit Gods; bij de derde zien wij vooruit naar de toekomst van Christus, waarin Hij alle vijanden onder zijne voeten zal gelegd hebben en het koninkrijk Gode en den Vader overgeven zal. Onderscheiden zijn deze weldaden, gescheiden zijn ze niet; evenals geloof, liefde en hoop, vormen zij een drievoudig snoer, dat niet verbroken kan worden. Het is Christus zelf, de gekruiste en verheerlijkte Heer, die door zijn woord ons geloof op zijne offerande vestigt, door zijn Geest ons opneemt in zijne gemeenschap, en door beide ons voorbereidt en bewaart voor de hemelsche zaligheid.

Sluiten